Posts

Er worden posts getoond met het label afscheid

Navel

Tien jaren geleden. Ik wandel op wankele benen van het ziekenhuis naar ons appartement. Even daarvoor hebben ze terwijl ik slaap een mislukte garnaal uit mijn baarmoeder verwijderd. Thuis buig ik me over het vraagstuk: ‘waarom heeft iemand pijn aan iets wat er niet meer is’ en probeer in de rode zetel met kussens een baarmoeder voor mezelf te maken. De televisie mag aan, het geluid gedempt, alsof de buitenwereld door een moederbuik gefilterd wordt. Vanuit een ooghoek zie ik een vliegtuig een toren doorboren. Het is te vroeg voor actiefilms, denk ik en zap naar een ander kanaal. Daar staat de toren ook te branden. Het beeld blijft zich van het ene naar het andere kanaal voortplanten op mijn scherm. Ik leg mijn verdrietige en broze gedachten even het zwijgen op. Ik luister. En kijk. De hele dag blijf ik luisteren. En kijken. Naar het tweede vliegtuig. En de tweede toren. Naar de vuurwolken en de brandweerwagens. Naar de wegvluchtende mensen onder het stof. Naar dat stof dat op neerdwarr...

Love lost (3)

Mijn papa heeft een baard waar vogels gemakkelijk twee nesten in kwijt kunnen. Ik lieg niet. En mijn mama is zo dun als de wandelstok van opa. Ik lieg echt niet. En allebei beweren ze heel stellig dat ze gelukkig zijn en dat is zo vet gelogen L . Verleden week hebben ze me gevraagd wat ik voor mijn verjaardag wilde. Maakt niet uit, heb ik tegen mijn mama gezegd en er stilletjes bij gedacht dat ik toch niet krijg wat ik echt wil L . Aan papa heb ik de ingelijste foto van mama en mij gevraagd, omdat ik weet dat hij niet veel geld heeft. Tante Jes zei laatst nog tegen opa: “Die Fred heeft geen nagel om aan zijn gat te krabben.” Ik wist niet eens wat dat betekende. Ik heb het aan mama moeten vragen. “Dat kan je niet menen,” zei papa en zijn wenkbrauwen leken op huppelende rupsen. “Dat kan ik je toch niet geven! Het glas is helemaal kapot!” “En mama ook,” floepte ik eruit en het kleine stukje gezicht tussen de rupsjes en de woeste baard werd helemaal rood. Hij ging er zelfs van stotteren. “...

Love lost (2)

Vroeger piste ze dikwijls in haar broek van het lachen, maar zoals ze daar nu stond voor zich uit te staren in de ontruimde woonkamer, leek ze eerder op één van die triestige figuurtjes van Giacometti, vond Jessy. Verdwaald en droefgeestig. “Komaan, Su,” riep ze vanuit de keuken. “Het belangrijkste hebben we toch laten staan. Het bed. De televisie. De koelkast. En deze fantastische uitvinding om diepvriesmaaltijden in op te warmen.” Met haar vlakke hand gaf ze een ferme klap op de microgolfoven. Haar zus schrok op en keek haar ontstemd aan. “Op een dag zal dat ding nog eens ontploffen.” Jessy voelde haar laatste restje geduld wegsijpelen, rammelde met haar sleutels en mompelde: “Ze zijn buiten op ons aan het wachten.” “Het was nochtans allemaal zo goed begonnen.” Daar gaan we weer, dacht Jessy verveeld. Ze kon het beschimmelde verhaal van hun ontmoeting bijna woordelijk mee opdreunen. Fred had de bocht gemist. Fred was haar appartement en in één ruk door haar hart in gereden. Dat was o...

Love Lost (1)

Freddy telde luidop zijn bezittingen. Een bord. Een koffiekop zonder oor. Een lepel. Een vork. Een bot mes. Een hongerende ijskast. Een microgolfoven die zich perfectioneerde in het imiteren van een geluidsbarrière doorklievende straaljager. Een bed waarin een mens alleen verdwaalde. Een voorhistorische computer. Een zieke teevee. Veel meer bleef er niet over van de gemeenschappelijke goederen. De rest had Suzy achter zijn rug om weggehaald, ongetwijfeld in goed gezelschap van hem vijandig gezinde troepen, een door haar haastig bijeengesprokkeld allegaartje van oude, in eer herstelde kennissen, afvallige vrienden en familieleden die hem nu openlijk rauw lusten. De stoel had Freddy vlak voor de teevee gezet. Met zijn neus tegen het scherm gedrukt deed hij verwoede pogingen om tussen de lijnen door te kijken. Hij dacht: ik ben een vrij man. De daarbij halfslachtig uitgevoerde juichbeweging bracht de pizzadoos op zijn schoot even uit balans. Hij dacht: zie mij hier nu zitten. Vrij als ee...

Een moeder

Antonio Vallejo Najera, fluistert ze met opeengeklemde kaken, alsof ze de naam samen met de man tussen haar gebit wil vermalen. Een psychiater, zegt ze. Een man, zuiver van geest, zou u misschien denken, want een wetenschapper. Hij had een theorie: marxisme was een ziekte. Ik ben tweeënnegentig jaar nu. Kijk naar mij. Kijk. Ik leef nog. Het is geen dodelijke ziekte blijkbaar. Señora Maria blijft met een dunne, kromme vinger de rand van haar koffiekopje volgen als wilde ze het verleden bezweren. De bevindingen van de wetenschapper werden overgemaakt aan Franco, zegt ze. Die ademde tweemaal in en uit en de nieuwe wet was een feit. De kinderroof gerechtvaardigd. Om maar te zeggen: zo snel kan het gaan. In mijn buik groeit ondertussen het kind, terwijl de wet als het zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt. Wij houden ons gedeisd, maar de oren hebben muren. Mijn man Juan, hij duwt zijn lippen tegen mijn ronde buik en roept: mijn kleine dwarsligger, je wordt net zoals je vader! De...

Afscheid van P.

Ik denk, hoe heeft hij daar gestaan? Een fragiele man. Struikgewas. Een spoorweg. Uit de binnenkant van zijn jas haalt hij een pakje tabak. Trekt een vloeitje los. Houdt het zakje tussen arm en zij geklemd. Rolt de sigaret. Plakt ze dicht met een likje. Houdt zijn hand als een cilinder rond het vlammetje. Inhaleert. Een rood kogeltje gloeit op. Een wolkje rook verwaait. Nog vooraleer hij de trein hoort, ziet hij het spoor al trillen. Wild bonkend hart. Maar zijn besluit staat vast. Hij heeft lang gezocht. Is nu zeker. Er is slechts één exit uit het doolhof van zijn leven. Er wordt mij verteld dat hij gestorven is. Ik heb hem het laatste jaar vaak op de bus gezien. Op precies hetzelfde moment voor de rotonde rolde hij altijd een sigaret. Hem groeten durfde ik niet. Ik verzamelde moed, maar de gemiste kansen werden een berg waar ik niet meer over raakte. Ik denk aan de klap, vloek binnensmonds en val achteruit in de tijd toen we nog als een kudde, dampige veulens door de poorten van de a...

Tussen twee stilten

Wij woonden tussen de gynaecoloog en de begrafenisondernemer. Als beeld kan dat tellen. Het begin en het einde en daar dan middenin ons gezinslawaai. Alleen, het klopt niet helemaal. Eerst is er de begrafenisondernemer. Dan de gynaecoloog, die ondertussen verhuisd is. En wij als afsluiter. Of omgekeerd, dat hangt ervan af of je de stad in- of uitloopt. Maar toch, ik vind dat schoon, het leven samengebald op een paar vierkante meter. De dichter J.C. Bloem schreef: Niet te verzoenen is het leven/Ten einde is dit wellicht nog ’t meest/ Te kunnen zeggen: het is even/tussen twee stilten luid geweest.” Mijn kinderen staan luidkeels in het begin van het leven en nemen elke dag een beetje meer ruimte in. Of dat geen pijn doet, zo hard groeien, vraag ik hen wel eens. Met stiltes houden ze zich niet al te veel bezig, maar zo nu en dan hebben ze het er wel eens over. Zo deelde poppy ons onlangs tijdens het eten droogjes mee: “Als ik kindjes heb, dan wordt mama oma en dan ben jij (ze richt ...