Navel
Tien jaren geleden. Ik wandel op wankele benen van het ziekenhuis naar ons appartement. Even daarvoor hebben ze terwijl ik slaap een mislukte garnaal uit mijn baarmoeder verwijderd. Thuis buig ik me over het vraagstuk: ‘waarom heeft iemand pijn aan iets wat er niet meer is’ en probeer in de rode zetel met kussens een baarmoeder voor mezelf te maken. De televisie mag aan, het geluid gedempt, alsof de buitenwereld door een moederbuik gefilterd wordt. Vanuit een ooghoek zie ik een vliegtuig een toren doorboren. Het is te vroeg voor actiefilms, denk ik en zap naar een ander kanaal. Daar staat de toren ook te branden. Het beeld blijft zich van het ene naar het andere kanaal voortplanten op mijn scherm. Ik leg mijn verdrietige en broze gedachten even het zwijgen op. Ik luister. En kijk. De hele dag blijf ik luisteren. En kijken. Naar het tweede vliegtuig. En de tweede toren. Naar de vuurwolken en de brandweerwagens. Naar de wegvluchtende mensen onder het stof. Naar dat stof dat op neerdwarr...