Posts

Er worden posts getoond met het label verhalen

Love lost (3)

Mijn papa heeft een baard waar vogels gemakkelijk twee nesten in kwijt kunnen. Ik lieg niet. En mijn mama is zo dun als de wandelstok van opa. Ik lieg echt niet. En allebei beweren ze heel stellig dat ze gelukkig zijn en dat is zo vet gelogen L . Verleden week hebben ze me gevraagd wat ik voor mijn verjaardag wilde. Maakt niet uit, heb ik tegen mijn mama gezegd en er stilletjes bij gedacht dat ik toch niet krijg wat ik echt wil L . Aan papa heb ik de ingelijste foto van mama en mij gevraagd, omdat ik weet dat hij niet veel geld heeft. Tante Jes zei laatst nog tegen opa: “Die Fred heeft geen nagel om aan zijn gat te krabben.” Ik wist niet eens wat dat betekende. Ik heb het aan mama moeten vragen. “Dat kan je niet menen,” zei papa en zijn wenkbrauwen leken op huppelende rupsen. “Dat kan ik je toch niet geven! Het glas is helemaal kapot!” “En mama ook,” floepte ik eruit en het kleine stukje gezicht tussen de rupsjes en de woeste baard werd helemaal rood. Hij ging er zelfs van stotteren. “...

Love lost (2)

Vroeger piste ze dikwijls in haar broek van het lachen, maar zoals ze daar nu stond voor zich uit te staren in de ontruimde woonkamer, leek ze eerder op één van die triestige figuurtjes van Giacometti, vond Jessy. Verdwaald en droefgeestig. “Komaan, Su,” riep ze vanuit de keuken. “Het belangrijkste hebben we toch laten staan. Het bed. De televisie. De koelkast. En deze fantastische uitvinding om diepvriesmaaltijden in op te warmen.” Met haar vlakke hand gaf ze een ferme klap op de microgolfoven. Haar zus schrok op en keek haar ontstemd aan. “Op een dag zal dat ding nog eens ontploffen.” Jessy voelde haar laatste restje geduld wegsijpelen, rammelde met haar sleutels en mompelde: “Ze zijn buiten op ons aan het wachten.” “Het was nochtans allemaal zo goed begonnen.” Daar gaan we weer, dacht Jessy verveeld. Ze kon het beschimmelde verhaal van hun ontmoeting bijna woordelijk mee opdreunen. Fred had de bocht gemist. Fred was haar appartement en in één ruk door haar hart in gereden. Dat was o...

Love Lost (1)

Freddy telde luidop zijn bezittingen. Een bord. Een koffiekop zonder oor. Een lepel. Een vork. Een bot mes. Een hongerende ijskast. Een microgolfoven die zich perfectioneerde in het imiteren van een geluidsbarrière doorklievende straaljager. Een bed waarin een mens alleen verdwaalde. Een voorhistorische computer. Een zieke teevee. Veel meer bleef er niet over van de gemeenschappelijke goederen. De rest had Suzy achter zijn rug om weggehaald, ongetwijfeld in goed gezelschap van hem vijandig gezinde troepen, een door haar haastig bijeengesprokkeld allegaartje van oude, in eer herstelde kennissen, afvallige vrienden en familieleden die hem nu openlijk rauw lusten. De stoel had Freddy vlak voor de teevee gezet. Met zijn neus tegen het scherm gedrukt deed hij verwoede pogingen om tussen de lijnen door te kijken. Hij dacht: ik ben een vrij man. De daarbij halfslachtig uitgevoerde juichbeweging bracht de pizzadoos op zijn schoot even uit balans. Hij dacht: zie mij hier nu zitten. Vrij als ee...

Onder drie ogen

“Hoe laat komt de bus?” roept hij, nauwelijks twee passen van mij af met de volumeknop van zijn rauwe stem wijd open. “9u34’,” antwoord ik. “9u39!” brult hij. “Ne-gen uur vier-en-der-tig!” roep ik terug. Hoofdschuddend draait hij me de rug toe en drukt zijn neus opnieuw tegen de uurtabellen van De Lijn. Ik lieg wel eens, maar een mens op leeftijd verkeerde tijdstippen doorgeven lijkt me toch een halte te ver. De man draait zijn grimmige kop naar me toe, snuift luidruchtig en maakt een dwingende armbeweging. “Kom!” gebiedt hij me. “Kom eens kijken!” En inderdaad, ik zit verkeerd. 9u30, staat er, en in de kolom van de schoolvakanties: 9u34. Je kan niet zo gek veel ondernemen op vier minuten. Al kan ik me voorstellen dat het gewicht van de tijd zwaarder doorweegt aan het einde van een leven. De man brengt zijn gegroefde gezicht dicht voor het mijne: “Ik zie slecht! Die kleine lettertjes, ik kan dat allemaal niet lezen! Dit oog, ik ben het kwijt!” Hij wijst daarbij nogal overbodig op het ...

De som van Saartje (Vandendriessche)

Dat zou ik nu graag eens doen: de onbewuste verspreiding van melodieën in kaart brengen. Engelenwerk is het: Departement Cultuur, afdeling Muziek. Met gespitste oren en ingetrokken vleugels op een wattige wolk zilveren lijnen trekken op een geografische kaart van Vlaanderen. Van de vrouw die ‘arrrme Joe, geen geluk voorrr jou’ meepikt uit de radiowekker naar man en kinderen aan de ontbijttafel die onbewust besmet raken met de melodie. En zo gaat het dan verder; een sonoor uitwaaierend lijnennetwerk naar speelplaatsen en werkvloeren, supermarkten en krantenwinkels, wachtzalen van dokters en bushaltes,… De voortplanting van een melodie, valse noten inbegrepen, schoon vind ik dat. Al vrees ik er een beetje voor dat daar in onze contreien niet meer dan een parttime tewerkstelling uit te halen valt. Openbaar neuriën komt maar matig voor, laat staan dat het uit de volle borst komt. Terwijl bij het Departement Sociale Zaken, afdeling Wrevel door een hemeltergend personeelstekort de werkn...

Een moeder

Antonio Vallejo Najera, fluistert ze met opeengeklemde kaken, alsof ze de naam samen met de man tussen haar gebit wil vermalen. Een psychiater, zegt ze. Een man, zuiver van geest, zou u misschien denken, want een wetenschapper. Hij had een theorie: marxisme was een ziekte. Ik ben tweeënnegentig jaar nu. Kijk naar mij. Kijk. Ik leef nog. Het is geen dodelijke ziekte blijkbaar. Señora Maria blijft met een dunne, kromme vinger de rand van haar koffiekopje volgen als wilde ze het verleden bezweren. De bevindingen van de wetenschapper werden overgemaakt aan Franco, zegt ze. Die ademde tweemaal in en uit en de nieuwe wet was een feit. De kinderroof gerechtvaardigd. Om maar te zeggen: zo snel kan het gaan. In mijn buik groeit ondertussen het kind, terwijl de wet als het zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt. Wij houden ons gedeisd, maar de oren hebben muren. Mijn man Juan, hij duwt zijn lippen tegen mijn ronde buik en roept: mijn kleine dwarsligger, je wordt net zoals je vader! De...

Het einde van het verhaal

Ik zit vast. Muurvast. Met de beste wil van de wereld valt er geen bevredigend einde aan mijn verhaal te bedenken. Daarom schakel ik twee experts in: mijn verzinkinderen. Poppy Shakespeare is vooral goed in het ‘verdroefd’ maken van verzonnen personages waarna ze hen nogal koelbloedig van een berg (tafel) laat tuimelen of doet verdrinken (bad), daarbij onaangedaan verkondigend: “En toen was hij dood!” Waarop haar teergevoelige broer Christus telkens ingrijpt met een: “En toen werd hij ineens terug levend!” We staan met de auto voor de spoorweg te wachten en terwijl met lange tussenpozen drie treinen ons voorbij daveren begin ik te vertellen (om te voorkomen dat u halverwege in slaap valt, heb ik het verhaal enigszins aangepast aan uw gezegende leeftijd, beste lezer): Er was eens een land. ’t Was pertang niet groter dan een knoopsgaatje en ’t was er plat, heel plat, behalve in het midden van het land, daar torende het hooggebergte ‘de Vanille’ boven alles uit. De Vanille was geen...

In 'Den Engel'

Het is kerstavond en de koning denkt na. Naar jaarlijkse gewoonte heeft hij zijn chauffeur opgedragen om zomaar wat rond te rijden. Daar wordt onze vorst rustig van. En met de rust in het hoofd komt ook de inspiratie voor de jaarlijkse kerstboodschap. Toch wil het dit jaar maar niet lukken. Uren rijden ze nu al rond. Wat wil je ook , denkt hij vermoeid, met die economische crisis, die aanhoudende burenruzie in mijn koninkrijk en in het venijnige staartje nog een clerus die zich vreselijk misdraagt. In tegenstelling tot zijn godsvruchtige broer heeft hij er absoluut geen zin meer in om ook dit weer met de hermelijnen mantel der liefde te bedekken. Met de Koninklijke poten stevig in de Belgische potgrond geplant, verkiest hij de tastbare, koele pint boven het plakkerige prakje dat ze in het hiernamaals schijnen te serveren. Muurvast zit hij met zijn toespraak. Met dichtgeknepen ogen tuurt hij naar buiten waar een hysterische wind witte vlokken tegen de voorruit jaagt. Paola zal vast wel...

De prins op de speld

Er was eens, bijna zestien jaren geleden, een jonkvrouw die na enige omzwervingen haar prins vond. Niet de prins op het witte paard, nee, dit exemplaar vergaloppeerde zich liever niet, maar sneed meesterlijk bochten af met een oude Renault R5. Vanaf dat moment kon men voor menig herberg hun beider ros broederlijk naast elkaar zien staan: zijn rode rakker en haar aftandse, maar blozende Opel Corsa ( die zij volhardend haar Opel Corona bleef noemen). Met een groot en luidruchtig gezelschap trokken de prille geliefden op een dag in juli naar de groener weiden van Werchter. Voor de gelegenheid hadden zij een lading tentjes van de jeugdbeweging uitgeleend. Heur lange zwarte haren droeg de jonkvrouw in een middenscheiding en aan weerszijden daarvan flonkerden op twee spelden lieflijke bloemetjes, briljant uit plastiek geslepen. Kitsch was cool. David Blowy, die zijn nieuwe naam te danken had aan een trekje teveel van een kruidige sigaret door een overmoedige prins, waardoor het paar het jaar...

Nina

Van ver al kan ik zien dat ze er niet zit en een paar seconden lang vrees ik dat ik de bus gemist heb. U moet weten dat Nina daar altijd zit op woensdag. Ik ken Nina niet. Tenminste, niet persoonlijk. Alleen van het bankje in het bushokje dus. Van ziens. Van haar pluisachtig, rechtopstaand engelenhaar. Van haar vleeskleurige, teenloze kniekousen. Haar voorkeur voor herfstkleuren. Van haar opgetrokken bovenlip die men makkelijk voor een glimlach kan houden, maar die vooral verbetenheid uitdrukt. Van haar dagelijkse busbeklimmingen, want mensen als Nina, die oud zijn en slecht ter been, slagen er slechts met de grootste inspanningen in om de nieuwerwetse trapjes en verhogingen die snoodaards van designers in de moderne lijnbus voorzien hebben, te overwinnen. Dat gaat als volgt; eerst strekken zij hun armen uit en graaien wat in het luchtledige tot hun klauwtjes in het beste geval een stang, maar soms ook een flapperend kledingstuk van de voorganger vinden. Dan proberen ze schommelend hun...

Schots rokje

Daar staat ze. Aan de toog. Ze bestelt een drankje. Schots rokje aan. En daaronder een stel welgevormde benen. Jong nog. En blond. Hebben de mannen haar gezien? Natuurlijk hebben de mannen haar gezien, het zal nog niet, dat zijn gezonde jongens. Met testosteron. Die mannen moeten daar naar kijken. Dat is de natuur. “Goed voorzien van oren en poten,” grijnzen ze eensgezind. En dan zien de vrouwen haar ook. Of beter nog, ze zien dat de mannen haar zien. Draaien boos met hun ogen. Gespeeld boos, want hun mannen mogen daar naar kijken. Natuurlijk wel. Zo een kort Schots rokje. Dat zijn gezonde jongens. Met testosteron. Die moeten dat zien. Dat is de natuur. Zijn ze niet jaloers? Ach welnee, zo flauw zijn ze niet. Meer nog, ze kijken net zo graag naar dat heupwiegend geruit stukje textiel. De voorgevel is ook dik in orde, oordeelt het deskundig oog der mannen. Maar zo ver waren de vrouwen nog niet. Die waren net iets te lang blijven hangen bij het perfecte kontje. Maar nu stijgt hun blik ...

De kardinaal en het vogeltje (of Godfried en de mus)

De kardinaal kijkt door het raam. Twee vogeltjes spelen tikkertje in een boom. Een lieflijk tafereel dat hij in rustiger tijden gaarne gadesloeg, maar vanbinnen in hem roert er zich nu van alles. De onrust borrelt zuur omhoog in zijn maag. Na het verhaal van Roger was hij uit de lucht gevallen. Niet als een engel, nee. Als een stom stuk graniet tegen de vlakte geslagen en verdoofd blijven liggen. Natuurlijk was hij uiteindelijk toch in beweging gekomen en vertrokken, maar hij kon bij god niet recapituleren hoe hij thuis geraakt was. En wat er door zijn hoofd gevlogen was onderweg. Ergens ligt hij daar nog steeds, in totale verbijstering. Sindsdien zit er een vloek in Godfried. Hij onderdrukt het, natuurlijk, zoals hij dat in gezelschap doet met een boertje na het eten. Maar weg is het niet. 't Zit daar blijkbaar goed. Om hem te pesten. Of te testen. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. De vogels lijken met elkaar te praten. De maakt hem enigszins nieuwsgierig en hij opent het raam....