Gekrompen
Ik neem plaats in de bus op het zitje achter de ruimte die voorzien is voor de kinderwagens. Een slechte keuze. Mijn voeten raken de vloer niet. Als ik mijn zitvlak naar voren schuif, kan ik eventueel met de tippen van mijn schoenen de grond kussen. Ik ben geen vijftien jaar meer en schuif mijn zitvlak snel terug naar achteren. Telkens wanneer de bus vertraagt of versnelt, wiebelen mijn benen. Ik lijk wel zes. Vijf minuten eerder spreek ik aan de bushalte een roodharige vrouw aan. Ze lijkt op iemand van heel lang geleden, maar ze is het niet. Dat laat ze me uiterst minzaam weten. “Ik organiseerde daar toen een tekenatelier,” ratel ik verder tegen de vrouw, die zo klein mogelijk glimlacht en af en toe haar frĂȘle schouders ophaalt. Ze heeft precies dezelfde bos rode krullen en dezelfde felblauwe ogen met donker aangezette wuivende wimpers. Waarom doet ze nu zo moeilijk? Waarom kan ze niet gewoon die vrouw van toen zijn? Eenmaal in de bus diept ze uit haar tas een agenda van een indrukwek...