Posts

Er worden posts getoond met het label bushalte

Week in stukjes

1. Met de autobiografie van Roald Dahl in een zakje wandel ik de Standaard boekhandel uit en denk aan een uitspraak die Dahl ooit deed : “Above all, watch with glittering eyes the whole world around you because the greatest secrets are always hidden in the most unlikely places.” Laat ik dat maar eens doen in plaats van blind, in gedachten verzonken rond te wandelen, bedenk ik, en kijk ongegeneerd naar een man die tegen de gevel van een huis geleund staat. Zijn linkermouw is leeg, stel ik geïnteresseerd vast, en hij steekt een beetje zielig in de zak van zijn anorak. De man staart me dreigend aan alsof ik de arm eigenhandig van zijn magere lijf heb afgedraaid. Ik begrijp zijn frustratie. Stel dat hij een vreselijke vrouw heeft. Hij zou zelfs niet eens in staat zijn om haar eigenhandig de strot dicht te pitsen. Begrijp me niet verkeerd: hij zou zoiets nooit doen, nog geen vlieg wenst hij kwaad toe. Maar het feit dat er ineens zoveel minder opties zijn. Dat wringt. 2. In de krant lees ik ...

Onder drie ogen

“Hoe laat komt de bus?” roept hij, nauwelijks twee passen van mij af met de volumeknop van zijn rauwe stem wijd open. “9u34’,” antwoord ik. “9u39!” brult hij. “Ne-gen uur vier-en-der-tig!” roep ik terug. Hoofdschuddend draait hij me de rug toe en drukt zijn neus opnieuw tegen de uurtabellen van De Lijn. Ik lieg wel eens, maar een mens op leeftijd verkeerde tijdstippen doorgeven lijkt me toch een halte te ver. De man draait zijn grimmige kop naar me toe, snuift luidruchtig en maakt een dwingende armbeweging. “Kom!” gebiedt hij me. “Kom eens kijken!” En inderdaad, ik zit verkeerd. 9u30, staat er, en in de kolom van de schoolvakanties: 9u34. Je kan niet zo gek veel ondernemen op vier minuten. Al kan ik me voorstellen dat het gewicht van de tijd zwaarder doorweegt aan het einde van een leven. De man brengt zijn gegroefde gezicht dicht voor het mijne: “Ik zie slecht! Die kleine lettertjes, ik kan dat allemaal niet lezen! Dit oog, ik ben het kwijt!” Hij wijst daarbij nogal overbodig op het ...

Nina

Van ver al kan ik zien dat ze er niet zit en een paar seconden lang vrees ik dat ik de bus gemist heb. U moet weten dat Nina daar altijd zit op woensdag. Ik ken Nina niet. Tenminste, niet persoonlijk. Alleen van het bankje in het bushokje dus. Van ziens. Van haar pluisachtig, rechtopstaand engelenhaar. Van haar vleeskleurige, teenloze kniekousen. Haar voorkeur voor herfstkleuren. Van haar opgetrokken bovenlip die men makkelijk voor een glimlach kan houden, maar die vooral verbetenheid uitdrukt. Van haar dagelijkse busbeklimmingen, want mensen als Nina, die oud zijn en slecht ter been, slagen er slechts met de grootste inspanningen in om de nieuwerwetse trapjes en verhogingen die snoodaards van designers in de moderne lijnbus voorzien hebben, te overwinnen. Dat gaat als volgt; eerst strekken zij hun armen uit en graaien wat in het luchtledige tot hun klauwtjes in het beste geval een stang, maar soms ook een flapperend kledingstuk van de voorganger vinden. Dan proberen ze schommelend hun...