Posts

Er worden posts getoond met het label liefde

Gedeelde slaap

Ze vinden het niet eerlijk, ons addergebroed. Jullie slapen elke nacht samen in één bed, klagen ze. Zij willen dat ook. Hij is negen en zij is zeven, broer en zus, en ze kunnen pruilen als de besten. Ze doen ons gedienstig voor hoe ze het willen hebben: de hele pluchen dierentuin verhuist naar het bed van hem, ook haar kussen en donsdeken en dan wringen zij hun kleine lijfjes tussen al dat zachte beestengeweld in. Dat past allemaal heel goed, en nee, niemand gaat uit de ark, excuseer het bed, vallen. Hij slaapt tegen de muurkant geplakt, galante heer dat hij is. Zij neemt een royaal stuk van het bed in, voluit, zoals zij in het leven staat.   Wij vermoeden dat ze vooral de tijd die aan het slapen voorafgaat gezellig vinden:   het giechelen, de beren die uit de boot vallen, nog meer gegiechel, want hij speelt de clown en zij lacht tot ze er de hik van krijgt en dan doet hij er nog een schepje bovenop, een kwart show van Hans Teeuwen (die hij, drukken wij hem op het hart, enke...

Soms vergeten we de liefde

Om twee uur stap ik van de trein en klimt opa de ladder op. De zon schijnt. Opa probeert op het dak een latje vast te zetten. De ladder schuift. De hersenen werken razendsnel, maar de reactie volgt trager. “Opa is gekwetst. We moeten nog even wachten op nieuws vanuit het ziekenhuis.” Ik formuleer mijn zinnen voorzichtig, want prins is een gevoelig en fantasierijk kind. Poppy slaat haar handen dramatisch voor haar mond. Prins informeert naar de hoofdwonde. Of ze J-of L-vorming is. Hij plaatst wijsvinger en duim op zijn voorhoofd ter verduidelijking. Voor het eerst sinds ik laat werk op woensdag   blijven de kinderen niet slapen bij oma en opa. Ze mogen wel even op bezoek. Voor de geruststelling. ‘De wonde is C-vormig,’ laat prins me weten, als ik me bij hen voeg. Even later zwaait opa ons dapper uit met één arm. Het wit verband op zijn neus steekt scherp af tegen de gebruinde huid. Een indrukwekkend litteken, bedenk ik met iets van plaatsvervangende pijn.   Het is stil op de...

Het zat zo...

Het zat zo, hij was een ventje op een communiefoto op het nachtkastje van mijn zus, zijn haren waren o zo blond en lagen netjes in de plooi, en zijn jasje was blauw met revers, och, een mens kon niets anders dan daar engelenvleugels onder vermoeden, zo lief zag dat ventje eruit. Het zat zo, hij was de tengere jongen die soms met zijn lief voorbij fietste in de straten van mijn dorp, en als ik nu zoek in het archief onder mijn hersenpan, dan vind ik daar geen groet of een in elkaar gehaakte blik van terug, en ergens is het betreurenswaardig dat dingen verloren gaan omdat we nog niet weten wat er van zal komen. Want het zit natuurlijk zo, dat we niet alles kunnen weten, het is mogelijk dat die jongen en ik gelijktijdig wakker lagen en dezelfde treinen hoorden voorbijrijden,  heel goed mogelijk, want we woonden niet ver van mekaar, misschien schrokken wij van dezelfde vliegtuigen op,   wie weet of niet dezelfde vogel door ons heen klonk, gisterenavond, elk alleen (Rilke) , het ...

Evenwicht

Hij staart voor zich uit, steekt zijn rechterwijsvinger in zijn neus, haalt hem eruit en laat de hele vinger met de buit gedachteloos in de getuite mond glijden. “Hallo,” zeg ik, terwijl ik mijn dochter zoek in het slordig hoopje kinderen dat allemaal gelijktijdig aan de jas van de stagiaire probeert te trekken. “Hallo, jongen, hou je ook nog een beetje over om later in de soep te doen?” De ogen van zoon schieten vol woedetranen en hij lipt me toornig toe dat hij me haat. Ik ken mijn prins. Zijn woede heeft niets met de onorthodoxe soepkruiden te maken, maar alles met een eerdere weigering van zijn heksenmoeder. Ik probeer me nog te beroepen op mijn gevoel voor humor, maar daar heeft prins geen oren naar. Hij speelt dat hij me voor altijd en eeuwig gaat verlaten. Gezien zijn prille leeftijd kan hij mijn kwetsbare moederhart nog niet volledig peilen, maar uit ondervinding weet hij maar al te goed dat zijn verdwijntrucjes wel enig effect sorteren. Als ik even later aan zijn vader uitleg ...

Kat en vlinder

1. De berg is zwaar, maar de vlinder tilt de kat op. 2. Poppy worstelt in de gang met haar schoenen en ik help haar. Man loopt om ons heen en leidt twee potige vrouwen, die hij bijstaat in de bouw van hun liefdesnest, zijn bureau binnen. Onze dochter staart hen enigszins vijandig na. ‘Jullie moet trouwen,’ stelt ze beslist. De deur van het bureau staat nog wagenwijd open. ‘Jullie moeten echt trouwen,’ herhaalt ze luid. ‘Want anders worden al die vrouwen verliefd op pappa.’ 3. Kat staat achteloos tegen de muur van het terras geleund. Hij praat met vlinder. Zijn ouders hebben de dag voordien met een deskundig vrouwmens gepraat over onroerend goed. Ontroerend goed, denkt ze. Een nest bouwen. Ontroerend goed. “En toen hadden ze het ook even over ons,’ zegt hij. Over een zelfstandige kat en een parttime vlinder dus, die al heel lang en gelukkig samenleefden in hun huis zonder zich om financiële zaken te bekommeren. “Die vrouw geloofde haar oren niet,” gaat kater verder. “Ze zei: a...

Gekrompen

Ik neem plaats in de bus op het zitje achter de ruimte die voorzien is voor de kinderwagens. Een slechte keuze. Mijn voeten raken de vloer niet. Als ik mijn zitvlak naar voren schuif, kan ik eventueel met de tippen van mijn schoenen de grond kussen. Ik ben geen vijftien jaar meer en schuif mijn zitvlak snel terug naar achteren. Telkens wanneer de bus vertraagt of versnelt, wiebelen mijn benen. Ik lijk wel zes. Vijf minuten eerder spreek ik aan de bushalte een roodharige vrouw aan. Ze lijkt op iemand van heel lang geleden, maar ze is het niet. Dat laat ze me uiterst minzaam weten. “Ik organiseerde daar toen een tekenatelier,” ratel ik verder tegen de vrouw, die zo klein mogelijk glimlacht en af en toe haar frêle schouders ophaalt. Ze heeft precies dezelfde bos rode krullen en dezelfde felblauwe ogen met donker aangezette wuivende wimpers. Waarom doet ze nu zo moeilijk? Waarom kan ze niet gewoon die vrouw van toen zijn? Eenmaal in de bus diept ze uit haar tas een agenda van een indrukwek...

Love lost (3)

Mijn papa heeft een baard waar vogels gemakkelijk twee nesten in kwijt kunnen. Ik lieg niet. En mijn mama is zo dun als de wandelstok van opa. Ik lieg echt niet. En allebei beweren ze heel stellig dat ze gelukkig zijn en dat is zo vet gelogen L . Verleden week hebben ze me gevraagd wat ik voor mijn verjaardag wilde. Maakt niet uit, heb ik tegen mijn mama gezegd en er stilletjes bij gedacht dat ik toch niet krijg wat ik echt wil L . Aan papa heb ik de ingelijste foto van mama en mij gevraagd, omdat ik weet dat hij niet veel geld heeft. Tante Jes zei laatst nog tegen opa: “Die Fred heeft geen nagel om aan zijn gat te krabben.” Ik wist niet eens wat dat betekende. Ik heb het aan mama moeten vragen. “Dat kan je niet menen,” zei papa en zijn wenkbrauwen leken op huppelende rupsen. “Dat kan ik je toch niet geven! Het glas is helemaal kapot!” “En mama ook,” floepte ik eruit en het kleine stukje gezicht tussen de rupsjes en de woeste baard werd helemaal rood. Hij ging er zelfs van stotteren. “...

Love lost (2)

Vroeger piste ze dikwijls in haar broek van het lachen, maar zoals ze daar nu stond voor zich uit te staren in de ontruimde woonkamer, leek ze eerder op één van die triestige figuurtjes van Giacometti, vond Jessy. Verdwaald en droefgeestig. “Komaan, Su,” riep ze vanuit de keuken. “Het belangrijkste hebben we toch laten staan. Het bed. De televisie. De koelkast. En deze fantastische uitvinding om diepvriesmaaltijden in op te warmen.” Met haar vlakke hand gaf ze een ferme klap op de microgolfoven. Haar zus schrok op en keek haar ontstemd aan. “Op een dag zal dat ding nog eens ontploffen.” Jessy voelde haar laatste restje geduld wegsijpelen, rammelde met haar sleutels en mompelde: “Ze zijn buiten op ons aan het wachten.” “Het was nochtans allemaal zo goed begonnen.” Daar gaan we weer, dacht Jessy verveeld. Ze kon het beschimmelde verhaal van hun ontmoeting bijna woordelijk mee opdreunen. Fred had de bocht gemist. Fred was haar appartement en in één ruk door haar hart in gereden. Dat was o...

Love Lost (1)

Freddy telde luidop zijn bezittingen. Een bord. Een koffiekop zonder oor. Een lepel. Een vork. Een bot mes. Een hongerende ijskast. Een microgolfoven die zich perfectioneerde in het imiteren van een geluidsbarrière doorklievende straaljager. Een bed waarin een mens alleen verdwaalde. Een voorhistorische computer. Een zieke teevee. Veel meer bleef er niet over van de gemeenschappelijke goederen. De rest had Suzy achter zijn rug om weggehaald, ongetwijfeld in goed gezelschap van hem vijandig gezinde troepen, een door haar haastig bijeengesprokkeld allegaartje van oude, in eer herstelde kennissen, afvallige vrienden en familieleden die hem nu openlijk rauw lusten. De stoel had Freddy vlak voor de teevee gezet. Met zijn neus tegen het scherm gedrukt deed hij verwoede pogingen om tussen de lijnen door te kijken. Hij dacht: ik ben een vrij man. De daarbij halfslachtig uitgevoerde juichbeweging bracht de pizzadoos op zijn schoot even uit balans. Hij dacht: zie mij hier nu zitten. Vrij als ee...

Ik hoew van je lieft mama ik

Er zullen ongetwijfeld families bestaan die erin slagen om hun avondeten in totale stilte naar binnen te werken. Naar het schijnt hoort dat ook zo. Al is de reden daartoe mij onduidelijk. Ons gezin blinkt nochtans uit in de knabbel/babbelcombinatie en wij hebben tot nu toe daar nog geen slokdarmverstuikingen of andere kwalen aan overgehouden. Integendeel, het is net op zulke momenten dat de kinderen ons als ouders met (volle) mondjesmaat toelaten in hun leventje buiten de deuren van het nest. Vanavond werd ons een blik gegund op de speelplaatsliefde van onze vijfjarige dochter. Tussen twee happen door blijkt dat ‘ze niet meer op Q. is’. De toon waarop ze ons dit meedeelt, verraadt een bewonderenswaardige berusting. Als had ze net om nog een beetje meer rijst gevraagd. “E. is al op Q.. En nog andere kinderen ook,” licht ze verder toe en wij, die haar ondertussen al goed kennen, begrijpen. Het wordt popppy te druk in haar liefdesparadijs. Tot overmaat van ramp blijkt Q. zelf dan we...