Posts

Er worden posts getoond met het label verbeelding

Algemene kennis

Ze duwden de blinkende jonge mensen een foto onder de neus en vroegen hen wie het was. Het was dinges, die man met zijn grijze haren, die schriele van de CD&V, broer van, dat ik er verdorie zelf niet op kan komen, de grote baas van de Europese Unie of hoe noemen ze dat in grotenmensentaal? Hoe dan ook, ze trokken een conclusie: het was slecht gesteld met de algemene kennis van de leerkrachten, of waren het nu studenten? Ik weet het niet meer. Ze zagen er nog ongeschonden uit, dus ik neig naar het tweede. Ik was met een half oor aan het luisteren, omdat ik hevig aan het zoeken was naar de man op de foto, dinges, u kent hem vast, hij lijkt als twee druppels water op de baas van Homer Simpson, die pokdalige man met zijn scherpe haakneus, dinges. Iemand heeft hem ooit een grijze muis genoemd, de man van de foto, en grote bazen moeten blijkbaar charisma hebben, maar hij haalde stoïcijns de schouders op en dat sierde hem. Hij schrij...

Wijvenweek (4) - Schop

Beste lezer, Als je schrijft over iets zuurs, is de kans groot dan je zelf klinkt als een augurk. En dat wil ik niet. Daarom heb ik Pippi Langkous ingeschakeld . Ze is dan wel groot geworden – de pillen van de zolder bleken niet te werken -   maar haar paard loopt nog steeds rond in Villa Kakelbont   en ze eet nog regelmatig slagroomtaarten voor ontbijt. Haar vlechten heeft ze ingeruild voor een onbestaanbaar hoog kapsel, maar haar puntige heksenschoenen zijn nog altijd een maatje te groot. Want goede dingen, zo beweert zij, moet je niet veranderen. Zo blijft ze nog steeds om meducijn vragen, ook al weet ze ondertussen wel beter. Toen ik haar mijn probleem voorlegde, kwam ze onmiddellijk van het dak af waar ze lag te zonnen met mijnheer Nilson en zocht de apotheker op. Ziehier het verslag van haar bezoek. “En wat mag het wezen?” vroeg de oude man. Als kind bracht ze hem al eens in verwarring, maar nu waren haar bezoekjes een welkome afwisseling tussen de ...

Waar is de moeder van Bambi?

Met open mondjes zitten mijn kinderen ’s avonds naar de televisie te kijken. Nieuwsgierig wurm ik me tussen hen in. Mijn schouders zuigen als magneten hun hoofden naar mij toe. Een voorrecht dat ik voorlopig nog mag koesteren. ‘Waar kijken jullie naar?” informeer ik. “Naar Batman,” prevelt poppy zonder haar blik van het scherm te halen. Ik loop niet echt hoog op met gemaskerd manvolk, dat meestal met veel vertoon van spierkracht het scherm dreigend opvult, maar blijf toch even meekijken. Batman wordt in deze aflevering bijgestaan door een blikken duo: een breedgeschouderde robot en een fragieler exemplaar. Het begin van het verhaal heb ik gemist, maar ik begrijp al snel dat de grotere robot, gedreven door zijn verlangen naar een zoon, de kleinere ontwierp. Met zijn drieën trekken ze ten strijde tegen de slechteriken. Ik ga ervan uit dat we hier met een onoverwinnelijk trio te maken hebben, waartegen geen enkele maniak, bliksem of storm zal opgewassen zijn. Het goede zal zegevieren en m...

Fred

Het zou wel eens de laatste zwoele septemberdag van het jaar kunnen zijn en wij zijn er de mensen niet naar om dat aan ons voorbij te laten gaan. Dus parkeren wij onze luie lijven strategisch op een terras naast een pleintje. Blijkbaar zijn wij niet de enige geniale ouders. Er zijn daar nog kinderen. Prins groeit enkele centimeters wanneer hij onder hen het bevallige, blonde potloodje, waar hij al een tijdje geleden zijn oog op heeft laten vallen, ontwaart. Terwijl de kinderen in raadselachtige, geografische patronen ronddartelen, nippen wij aan een Beach Royal. Op het terras van een aanpalend appartement verschijnt ineens een mollige uitvoering van Rapunzel. Haar golvende haren zijn niet lang genoeg voor onze kinderen om zich aan op te hijsen en dus wuiven ze het kind naar beneden. Van onze miniverslaggeefster poppy krijgen we na welgeteld anderhalve minuut volgende informatie: “Ze heet Laura, is veertien jaar en mijn vriendin.’ We bestellen nog een Beach Royal. Een zuchtje win...

Fragmenten Frankrijk (8)

La Roque-sur-Cèze 17/7 43. Prins hangt half staand in zijn ontbijt te poeren. “Niet met je eten spelen,” zeg ik. “Maar ik speel zoooo graag met mijn eten,” antwoordt hij vol overtuiging. En wij maar tonnen lego aandragen, terwijl onze jongen al die tijd gewoon tevreden was geweest met wat broodkorsten. 44. Nadat ik tijdens een spelletje, waarin ik de rol van boef krijg opgedrongen, het vier keer na mekaar moet afleggen tegen Mega Mindy/Poppy (Studio 100 heeft het begrip ‘nuance’ nog steeds niet ontdekt) rijden we naar La Roque-sur-Cèse. Jongeren met pubervet zwoegen op fietsen de berg op. In de velden laten zonnebloemen collectief de gele hoofden hangen, geknakt door het mottige weer. Over een oude, smalle brug rijden we naar de voet van het middeleeuwse dorpje dat uitgeroepen werd tot één van de mooiste dorpen van Frankrijk. Achter de brug ligt een ruime parking voor bezoekers, maar ons busje is te hoog voor het eerder onnozele raamwerk dat aan de ingang staat. Geliefde rij...

De waarheid, de leugen en de blog

Mijn zoon vraagt: “Weet je nog dat ik vroeger op school altijd liegde?” Vroeger is nauwelijks twee jaar geleden. Liegde’ moet gewoon ‘loog’ zijn. En ja, ik herinner mij de fantastische verhalen van mijn zoon nog levendig. Over de duistere, vochtige kelder van ons huis vertelt hij. En de enorme kast vol geld die daarin staat. Voor alle zekerheid ben ik na het gesprek met de juf toch maar even in de krochten van ons huis afgedaald. Ik mag dan wel een fijne, open relatie hebben met mijn geliefde, je weet maar nooit met die zelfstandigen en hun zwart geld. Edoch, buiten wat rommel, een plasje water en enkele bejaarde spinnen die in hun grijze web lagen te verkommeren, was er niets te zien. En prins vertelde verder. Over een snorkelvakantie in Australië. Wij hadden daar blijkbaar in wateren van het blauwste blauw tussen dolfijnen gezwommen en zelfs de euvele moed bij elkaar geraapt om een aantal van die Flipperbeesten te strelen. Terwijl het vakantiebudget ons toch eerder noopte tot po...

De poëtische haven

“Ik weet iets,” fluistert prins. Hij buigt zich vertrouwelijk over zijn pannenkoek heen. De kleine man bekwaamt zich al enige tijd in grote mensenpraat. Met een uitgestreken gezicht oreert hij over ‘pallallellogrammen’, becommentarieert op onnavolgbare wijze doelpunten, vergelijkt de prijs van stukken speelgoed en informeert bezorgd naar de graad van radioactieve straling in Bilzen. Ana en ik zijn één en al aandacht. “Ik weet iets over mijn trainer... Hij heeft een lief…” Bam! De adoratie sijpelt poppy uit de opengesperde ogen. Wat die broer van haar toch allemaal weet! Die jongen kan woorden, met kleine én hoofdletters, lezen en verliest bovenop meer melktanden dan zij haardspeldjes: hij moet dus wel een soort van dwerggenie zijn. Klein meisje schurkt zich bijgevolg in onderdanige aanbidding tegen zijn vernuft aan door hem voortdurend te bestoken met allerlei vragen. “En, broertje, weet je dan ook wat zijn lievelingsdier is?” Het genie staat met de mond vol tanden (min twee) ...

Een knorrel in het park

Geachte mevrouw Ik schrijf deze brief in naam van de buurtbewoners wiens tuin grenst aan het park van een u onbekend, klein stadje. Er scharrelt namelijk een knorrel rond in dat park en wij hebben daar last van. U vraagt zich waarschijnlijk af wat een knorrel dan wel wezen mag. Begrijpelijk. Wij weten eerlijk gezegd zelf niet goed wat daar precies rond sluipt in het groen, maar het beestje moest een naam krijgen en de door mij verzonnen term ‘knorrel’ dekte de lading nog het meest. Voor een goed begrip is een beschrijving hier misschien op zijn plaats. De kop van het wezen is weelderig begroeid met wit loof, wat in eerste instantie doet vermoeden dat het hier een kabouter betreft, maar daar is dit exemplaar met zijn één meter zestig ruimschoots te groot voor. Te schriel ook. Het heeft een eerder krom, tenger, insectachtig lichaam. Schuifelt meer dan dat het echt loopt. Zijn gelaat is door ouderdom en chagrijn getekend. Wij hebben aanvankelijk even aan een flink uit de kluiten gewass...

De som van Saartje (Vandendriessche)

Dat zou ik nu graag eens doen: de onbewuste verspreiding van melodieën in kaart brengen. Engelenwerk is het: Departement Cultuur, afdeling Muziek. Met gespitste oren en ingetrokken vleugels op een wattige wolk zilveren lijnen trekken op een geografische kaart van Vlaanderen. Van de vrouw die ‘arrrme Joe, geen geluk voorrr jou’ meepikt uit de radiowekker naar man en kinderen aan de ontbijttafel die onbewust besmet raken met de melodie. En zo gaat het dan verder; een sonoor uitwaaierend lijnennetwerk naar speelplaatsen en werkvloeren, supermarkten en krantenwinkels, wachtzalen van dokters en bushaltes,… De voortplanting van een melodie, valse noten inbegrepen, schoon vind ik dat. Al vrees ik er een beetje voor dat daar in onze contreien niet meer dan een parttime tewerkstelling uit te halen valt. Openbaar neuriën komt maar matig voor, laat staan dat het uit de volle borst komt. Terwijl bij het Departement Sociale Zaken, afdeling Wrevel door een hemeltergend personeelstekort de werkn...

Afblijven!

De conversatie tijdens het voorgerecht in de pastabar G&G gaat over buikaangelegenheden. Onze collega heeft verstek moeten laten gaan, want, alhoewel zij er van ons allerminst op moest, heeft ze de hele nacht op de pot gezeten. Iemand sluit daar tijdens het hoofdgerecht elegant op aan door luidop de kwaliteit van vlees en vis te betwijfelen. Hoofdschuddend vraagt hij zich af welke vuiligheid er allemaal in ons voedsel zit. Wij geven hem overschot van gelijk en eten alles op. “Binnen honderdduizend jaar leveren wij alleen nog bionische kinderen af, “ zeg ik grappend. “Welja,” valt een collega me bij. “Tegen die tijd maken we kinderen op maat.” Waarop ik haar gedachtegang verder concretiseer in de website “Zap-Foetus” waarop je met enkele muisklikken je foetus kan samenstellen. In de bus gaat mijn fantasie onder de weldadige invloed van wijn en Limoncello helemaal met me op de loop. Ik maak een verbeeldingsvolle sprong in een tijd, waar Zap-Foetus een feit is en de ouders van kin...

Communautaire knuffels

Onderweg van school naar huis komt er een man langs me lopen. “Heb je dat gezien?” vraagt hij. De verontwaardiging spat van zijn gezicht af. “Schandalig is het. Heb je gezien hoe hard ze hier rijden vlak aan een school?” Hij schudt zijn chagrijnige kop, trekt diepe rimpels in zijn voorhoofd. Het is hem aan te zien dat hij dat al eerder heeft gedaan. “Huhu,” mompel ik, want ik moet eerlijk bekennen dat ik het niet gezien heb, maar ik denk er niet aan om zijn woorden in twijfel te trekken. “Een man die 140 rijdt naar zijn werk in Leuven. Die pakken ze wel. Die mag zijn centen gaan neerleggen. Terwijl ze het hier allemaal laten gebeuren. Hier mag dat allemaal.” Verongelijkt trekt hij zijn mondhoeken nog verder naar beneden. Een mens wordt daar niet schoner van. “Huhu,” knik ik halfhartig. “En tegen die bruine mannen doen ze al helemaal niks. Die mogen alles.” Huhu? Hoe zijn we ineens bij ‘die bruine mannen’ beland? Ik word kriegel als ze zo beginnen. De kinderen huppelen een paar...

R.I.L. 4 augustus 2010

Er is een bom ontploft in ons huis, maar van de terroristen is geen spoor te bekennen. En daarbij: het is oorverdovend stil op de plaats van de misdaad. Dat kan in dit geval maar op twee dingen wijzen. Ofwel hangen mijn kinderen ergens vast aan een schermpje van een Nintendo DS. Ofwel beramen ze snode plannen. Ik waar voorzichtig door de plaats van de misdaad. Op de tafel in de woonkamer liggen Ken en Barbie te verzuipen in hun blitse bad. Ken op zijn buik. Barbie in tegenovergestelde richting op haar rug met haar benen omhoog. Het ziet er niet goed uit. Ook de andere barbies liggen uitgeteld en half ontkleed langs het zwembad in de meest oncomfortabele houdingen. De helft van het water is ver buiten het bad gespat. Op het eerste zicht lijkt het een zwaar uit de hand gelopen feestje. Cocktails in combinatie met hoge temperaturen, zoiets. Niemand lijkt alleszins nog in staat om in de roze auto die slordig naast het zwembad geparkeerd staat te springen om de drenkelingen naar de spoed ...