De droomtechnicus
Wij zijn grote voorstanders van de zomer, zoon en ik, maar onze biologische klok blijft maar protesteren tegen het zomeruur. Loom zitten we naast mekaar te doezelen in de zetel. Ana heeft ondertussen al een kunstwerk gemaakt, haar barbiepoppen in een cirkel gezet voor een kringgesprek (al kan ik me nauwelijks voorstellen dat er uit die wufte wijven één zinnig woord zal komen) en staat ondertussen alweer een lied van Justin Bieber te zingen alsof ze het zelf geschreven heeft. Die spilzieke manier waarop ze 's ochtends haar energie verbruikt maakt ons welhaast nog vermoeider. “Ik heb een vreselijke droom gehad,” zucht ik. Mijn zoon legt zijn ros hoofdje tegen mijn schouder. “Waarover dan?” vraagt hij lijzig. “Over een bomaanslag. Ik sloeg op de vlucht en overal stootte ik tegen gesloten deuren en hekken. Het was verschrikkelijk.” Freud had een flinke kluif aan mij gehad in een vorig leven. “Bij mij was het weer niks,” zegt Willem met spijt in zijn stem. “Ik heb de hele nacht naar ...