Wijvenweek (2) - Schuld
Vandaag moest ik voor de rechtbank verschijnen. Mij werd ‘diefstal van momenten’ ten laste gelegd. Nog voordat mijn zitvlak het beklaagdenbankje raakte, stak de aanklager al van wal. “Bewijsstuk nummer één,’ riep hij een toonde het publiek een pan met gestold vet. “Is dit uw pan?” vroeg hij en keek daarbij iets te zelfvoldaan naar mijn goesting. “Ja, maar…, wierp ik tegen. De aanklager legde me echter snel het zwijgen op: “Enkel antwoorden met ja of nee, mevrouw.” “Ja,” piepte ik. De pan, zo stelde het heerschap, stond daar al een avond, een hele nacht én een hele dag te verkommeren op een - hij haalde luidruchtig zijn neus op – aangekoekt fornuis. Helaas was dat bewijsstuk iets te onhandelbaar gebleken om naar de rechtbank te sleuren. Maar daar werd verder niet op ingegaan, stelde ik enigszins verongelijkt vast. Zo begon het dus. En daar bleef het niet bij: de aanklager loodste het publiek van de pan naar de verminkte en geschroeide strijkplank die artritis in haar ...