ann schribbelt

ann schribbelt

zaterdag 30 juli 2011

Your skin makes me cry

In de auto op weg naar de bank. Ik luister naar twee stuntelende kandidaten die meedoen aan een quiz op Studio Brussel. Ze slagen er niet in om bij de begintonen het juiste lied te plaatsen. Nirvana, zegt er één. The Seks Pistols, denkt de ander luidop.
‘O gij, dwazen!’ roep ik. ‘Een hond met een dubbele oorontsteking kan zelfs horen dat het hier om Creep van Radiohead gaat!’
Zelf ken ik, net zoals de twee deelnemende sufkoppen, de antwoorden op de daaropvolgende vragen ook niet. Op de één of andere manier is het mij ontgaan dat de rode onderbroek van het nieuwe supermanpak gaat sneuvelen. Die hele superman laat mij trouwens siberisch koud. Zelfs zonder onderbroek. U had toch ook al van het begin door dat Clark Kent en hij één en dezelfde persoon waren? Van hetzelfde laken een broek bij Zorro. Ik heb het al eens eerder geschreven in een ander verband: ze mogen mij veel wijsmaken, graag zelfs, maar ik moet het wel geloven.
Na de quiz laten ze bij Studio Brussel het hele nummer op ons los. Ik geef een flinke draai aan de volumeknop en zing luidkeels mee. Naar mijn gevoel klinkt mijn duet met Tom York fantastisch. Een verklaring heb ik er niet voor, maar vanaf volume 17 op mijn autoradio produceer ik het geluid van een nachtegaal. Het werkt zelfs nog beter als ik stofzuig. Ik zeg het u: als een engel zing ik dan. In een zoet soort zelfbegoocheling waan ik me de waardige opvolgster van Amy.
‘Your skin makes me cry’ zingen Tom en ik. Die zin doet iets met mij. Heeft hij altijd al gedaan. Van York zelf ben ik minder gek. Waarschijnlijk ooit iets te lang naar een televisiebeeld van het speekseldraadje dat van de zangers mond naar de micro liep zitten kijken.
‘I don’t belong here’. Die laatste woorden zingen wij o zo breekbaar en de eindtonen waaien mijn autoraam uit. Het is afgelopen. Men laat mij weten dat dit de eerste single van de groep was. 1992, zeggen ze voor alle duidelijkheid. Ik begin meteen te tellen. En nog eens. Met een beetje ongeloof, maar het is wel degelijk negentien jaren geleden dat York een perfect body and a perfect soul wilde. Vierentwintig was ik. Ik durfde mini-jurkjes dragen met lange laarzen eronder. Niet dat ik de illusie koester dat mijn huid toen wel iemand tot tranen toe ontroerde, want die was verre van perfect, maar tegenwoordig lijken mijn vadsige huidcellen verdikke al op brugpensioen. Ik overdrijf, maar het zinnetje heeft wel een andere lading gekregen. Your skin makes my cry. Alsof ik het naar mijn jongere ik zing.

http://www.youtube.com/watch?v=jzjUjNPYzLg

zaterdag 2 juli 2011

siroopstalactieten

Don’t judge a book by its cover, oftewel, gelieve de moeder niet op basis van haar flesjes hoestsiroop of koortswerende middelen te beoordelen. Stelt u zich een lege wijnfles voor met een lange kaars erin op het einde van een feestje. Het kaarsvet druipt royaal tot op het papieren tafellaken. Zo zien mijn fiolen er namelijk uit. Ik beken: de siroopstalactieten floreren geweldig in mijn apothekerskastje. Ik stond daar verder niet bij stil. Tot ik op een blauwe maandag eens zo een fles met een ziek kind meegaf aan mijn schoonmoeder en het op het einde van de dag helemaal blingbling terugkreeg. In een plastic zakje. Met een elastiekje er rond. De fles. Niet het kind. Dat je suikersporen gemakkelijk verwijderen kan onder een lauwe waterstraal, is een wetenswaardigheid die zich vast ergens schuilhield in de schaduw van één of andere hersenkwab. Het was zo één van die mogelijkheden waar ik gewoon niet bij stil had gestaan. Geen moment aan gedacht. Onlangs bleek ik gelukkig niet de enige ‘viezeflessenmoeder’ te zijn: een collega had haar kind ook in het gezelschap van een schitterend flesje teruggekregen van de crèche. Wij schaamden ons daar precies twee en een halve minuut over.
En er is meer. De tandpasta of choco vallen mij meestal pas op wanneer ik mijn kinderen aan de schoolpoort ten afscheid wil kussen. Ik laat hen wel zelf op de zakdoek spuwen vooraleer ik de vieze wangetjes schoonwrijf. Dat spreekt enigszins in mijn voordeel. Al komt het ook wel eens voor dat ik doe alsof ik niets zie. Dat is nauwelijks verwonderlijk als je aan min acht zit en je lenzen het op het einde van de maand wat laten afweten. Mijn ongeduld als niet participerende ouder aan één of ander speeltuig kan ik slechts met de grootste moeite onderdrukken. Ik geef grif toe dat ik kinderpret veel beter kan smaken op een aangrenzend terras bij een glas wijn. Hinkelen, touwtje springen, schommelen en doelloos rond hossen in het gras op zoek naar slakken en sprinkhanen roepen steevast een nostalgisch gevoel op. Dat wel. Maar ik voel me niet geroepen om nog actief te praktiseren. Onlangs vloog zo een gigantische sprinkhaan tegen mijn rug op en bleef daar plakken; het scheelde niet veel of de brandweer rukte uit, zoveel misbaar maakte ik. Nog een geluk dat mijn geliefde in de buurt was om het monster eraf te plukken. Ik was trouwens vergeten dat die beesten konden vliegen. Om maar te zeggen: vroeger had Mr. Grashopper vrijuit over mijn handen en armen mogen kruipen. Vandaag zou ik hem even graag verpletteren onder mijn maat achtendertig. Mijn kindertijd is definitief voorbij. Als ik beweer dat ik jong van geest ben, is het voornamelijk om mijn opstoten van onnozelheid goed te praten.
Maar ik ken mijn kruimels wel erg goed. Ik weet dingen die jullie niet weten: dat poppy bij problemen in het kleinste kamertje heel goed geholpen is met kijkboekjes en prins zijn angsten het best met fantastische rituelen bezworen worden.
Prins was ziek vandaag. Dan weet ik precies wat me te doen staat: vochtige washandjes, twee handdoeken, medicijnen die op prinswijze toegediend moeten worden: lepel, slok cola, gekleurd beertje, lepel, slok cola, gekleurd beertje, en achteraf de paniek wegaaien. Ik heb enig talent in langdurig aaien.
Soms vraag me wel eens af: als er moeders te koop waren in de JBC, zouden ze me dan naar de kringwinkel brengen en er een nieuwe aanschaffen?
Ik kan alleen maar hopen van niet. Uiteindelijk ben ik niet van slechte wil. Ik probeer die flesjes echt wel netjes te houden, maar als er een goed boek ligt te wachten, laat ik het toch weer vrijelijk druipen. Of als er een idee me vanuit het niets bestormt. Vandaag haalde ik poppie af van een feestje. Ik was thuis in zeven haasten vertrokken en had prins net zijn medicijn gegeven. Dochter hing daar zo zielsgelukkig acrobatentoeren uit te halen en rond te rennen. De zon piepte door de wolken. De gesprekken waren aangenaam. Op zo een momenten kunnen die fiolen me toch echt gestolen worden.