ann schribbelt

ann schribbelt

zondag 30 december 2012

Madame 21

Ik geloofde er niks van. Natuurlijk geloofde ik er niks van. Of zagen jullie me echt aan voor zo’n hysterisch vrouwmens waaraan een vermoeide medewerker van de sterrenwacht drie keer moest uitleggen dat er geen complot was, en dat als het toch waar moest geweest zijn, hij wel wat andere dingen zou doen dan in een stoffig kantoor bange mensen zitten gerust te stellen.
Als ik ze zelf niet verzonnen heb, geef ik geen donder om complotten, zelfs niet die met desastreuze afloop. Meer nog, ik begreep niet eens waarom er zoveel aandacht aan dat vermaledijde getal moest besteed worden. Je kon er gewoon niet langs kijken of luisteren, zelfs al zou je dat gewild hebben.  
“Tot volgende week,” zeiden de mensen en vervolgens al dan niet ernstig: “Als we er dan nog zijn tenminste.”
Na een overdosis 3 keer 12 was het ineens één en al Maya’s en 21. Van alle kanten werd je bestookt: krant, televisie, facebook, twitter, aan bushaltes, in de rij aan de kassa,... .
En dan, het ontluisterende moment waarop ik zelf moest vaststellen dat het getal op de één of andere manier onder mijn eigen harde schedel gekropen was. Als een virus had madame 21 zich in de plooien van mijn grijze massa gemanoeuvreerd om daar doodgemoedereerd een beetje te gaan flirten met andere gebeurtenissen. Toen internet op de zondag  voor het einde van de wereld plat lag, vloekte ik nog van ‘nondedju’. De 2-de dag dacht ik: ‘21’. En ook de derde dag schoot het getal me als een schijnbaar ongeleid projectiel door het hoofd. Begrijp me niet verkeerd: nog steeds hechtte ik geen enkel geloof aan de dreiging van Madame 21, maar ze was er gewoon, op dezelfde manier als het roze olifantje waar je alleen maar aan denkt omdat het niet mag.
Ik begon aan bushaltes ook van ‘als’ te doen. Als het toch waar zou zijn, wat zou ik doen die laatste dag? Ik zag mezelf in het grootwarenhuis ingrediënten voor een feestmaaltijd aankopen voor de verdoemden. En champagne. Kwestie van in stijl te verdwijnen. Ik zag mezelf matrassen naar de woonkamer slepen en pyjama’s klaarleggen. Ik zag ons dicht bij elkaar liggen op een paar 4-kante meter, wij 4-en op een rij. ‘Stop,’ zei ik tegen mezelf. ‘Niet op een rij. Want ik kan maximum 2 mensen kiezen. En wie zou dan waar moeten, zonder dat…” Het begon steeds meer op statistieken te lijken en laat ik daar een godsgruwelijke hekel aan hebben. Mijn zus! Met al dat gereken was ik haar bijna vergeten. Zus moest erbij. Kind van zus. Man van zus. Moeder van ons. Vader van ons. Moeder van… Het vervelende aan ‘als’ is het uitzichtloze ervan: voordat je het weet zit je in een feestzaal met kerstversiering het einde van de wereld te vieren en ik wilde verdomme geen zaal. Ik wilde die matras en samen lachen met het gehinnik van Alain Vandam. Kortom, die hele madame 21 begon mij danig de keel uit te hangen. Ik had haar sowieso ver gehouden van prins, die nog beter en gruwelijker in ‘als’ is dan zijn moeder en ik was vast van plan om haar ook ver van mij te houden. Maar toen die bewuste dag aanbrak, lag de trut zich doodgemoedereerd tussen spondegenoot en mij uit te rekken. Ze stapte even later samen met me op de bus. Tegenover mij speurde een bizarre vrouw met grote, opengesperde ogen de lucht af. Van links naar rechts ging haar hoofd, de hele rit lang. Zie je nu wel, fluisterde madame 21 venijnig. Drie vertelmensen belden hun afspraak met mij af. Slecht één moedige vrouw kwam opdagen, maar alleen omdat ze wist dat het einde pas voor 9 uur ’s avonds geprogrammeerd was. Een slechte soap, dat was het en madame 21 telde grijnzend mee af, ze rook terwijl ik het eten bereidde uitdagend aan mijn glas wijn en loerde naar het spelende addergebroed. Waag het niet, zei ik streng en zette het journaal af. Waarom zou een mens willen zien hoe Sirince overspoeld wordt door journalisten en madame 21 het won van Syrië? Wij 4-en keken liever naar dansende mensen op de televisie, de tijd tikte stilletjes verder en toen gebeurde het. Het precieze tijdstip kan ik me niet meer herinneren, behalve dan dat het nog geen 9 uur was, maar het gebeurde: ik vergat haar. Terwijl de dag heimelijk wegsloop, was ze plots uit mijn hoofd gevallen. Juffrouw 22 trad aan, zonder al te veel kapsones. Ze is het al zolang gewoon om in de schaduw van 25 te staan. Op 24 werd spondegenoot 41. Op 28 werd ik 44. We leven nog en het cijferen is bijna voorbij. 2013 duikt nu al overal op met hoge borst en ‘t is het pas voor morgen. Voor mij mag het dan gedaan zijn met de zogenaamde betekenisvolle cijfers. Als het niet teveel gevraagd is, geef mij maar een warm woordenbad.