ann schribbelt

ann schribbelt

vrijdag 25 januari 2013

Algemene kennis

Ze duwden de blinkende jonge mensen een foto onder de neus en vroegen hen wie het was. Het was dinges, die man met zijn grijze haren, die schriele van de CD&V, broer van, dat ik er verdorie zelf niet op kan komen, de grote baas van de Europese Unie of hoe noemen ze dat in grotenmensentaal? Hoe dan ook, ze trokken een conclusie: het was slecht gesteld met de algemene kennis van de leerkrachten, of waren het nu studenten? Ik weet het niet meer. Ze zagen er nog ongeschonden uit, dus ik neig naar het tweede. Ik was met een half oor aan het luisteren, omdat ik hevig aan het zoeken was naar de man op de foto, dinges, u kent hem vast, hij lijkt als twee druppels water op de baas van Homer Simpson, die pokdalige man met zijn scherpe haakneus, dinges. Iemand heeft hem ooit een grijze muis genoemd, de man van de foto, en grote bazen moeten blijkbaar charisma hebben, maar hij haalde stoïcijns de schouders op en dat sierde hem. Hij schrijft gedichten, nee, nee, haiku’s zijn het, daar ben ik bijna zeker van.
Algemene kennis, het is me nogal wat, want algemeen is veel en kennis ook en samen klinken ze zo slaapverwekkend dat je er als blinkend godenkind niet meer eens aan zou willen beginnen. “Basale kennis,” zei iemand op televisie met geknepen stem en ik gaapte mijn kaak haast uit de kom.
Want wie bepaalt dat? Ik ga op vakantie en in de basale koffer neem ik mee…? En toen viel het me plotsklaps te binnen. Lang geleden trok ik na een mislukt jaar als nummer 168 op de faculteit psychologie terug onder mijn voornaam naar de Normaalschool - regentaat Nederlands, geschiedenis, zedenleer. Daar duwden ze geschiedenis door mijn strot, omdat in die tijd wegens een tekort aan geschiedenisleerkrachten de populaire combinatie Nederlands-Engels afgeschaft was. De man die ons het verleden in het lege hoofd zou proppen, liep hoog op met algemene kennis en zo zag hij er ook uit.
“Ik ga vragen stellen. Jullie antwoorden om beurten,” zei hij monter. “Als je het niet weet, zeg je gewoon ‘pas’.”
En dat deed ik, als enige, wel tien keer na elkaar, want in zijn koffertje zaten alleen verschrompelde vragen die om dorre antwoorden vroegen: data, namen, landen, etc. Na 15 keer passen hoorde ik heel duidelijk een dwingende vraag  door het fronsende hoofd van de leraar echoën: wat komt dit onnozele kuiken in mijn les doen? Eindelijk, na de twintigste ‘pas’ die ik piepend uit mijn strot perste, kreeg ik 1302 en schalde met zoveel enthousiasme ‘de guldensporenslag’ door het lokaal – omdat ik dat skilt en frient altijd wel geinig gevonden heb - dat Fabiola zich bijna van de muur schrok en iedereen, ook de leerkracht, in lachen uitbarstte. Sinds toen weet ik dat humor belangrijker is dan algemene kennis. Ze hebben het wel geprobeerd in de normaalschool: alle Chinese Dynastieën moesten we vanbuiten kennen. Ik zie me vlak voor het examen nog van de tweetorenwijk richting Quick wandelen, links afslaan achter de Lazy Bones, langs Het Magazijn en De markies richting schoolgebouw en onderwijl rolden die Chinezen door mijn hoofd. Ik heb hen gedelete. Alles is weg. Niks heb ik bewaard behalve de noodle- en de bami-dynastie.
Wat moeten mensen weten en wat niet? Ik begin er niet eens aan, peddel liever in de marge van de kennis rond. Mijn eerste geschiedenisles over wereldoorlog één had ik volgepropt met het leven in de loopgraven, de kou, de modder, de honger, de angst, de brieven van de mannen naar het thuisfront. De leerkracht was onverbiddelijk. Hij nam zijn rode pen, liet alleen de data en landen en veldslagen staan. Die eerste wereldoorlogles kroop niet in mijn kleren en al helemaal niet in die van de kinderen in mijn klas. En dat zou het nochtans wel moeten doen. Ik zou geen les meer geven. Ik zou zeggen: lees ‘allemaal willen we de hemel’ van Els Beerten. Dan zouden ze weten wat oorlog is. Of terugkeer ongewenst van Lewinsky.
Moet een mens weten wanneer Lodewijck de dertiende geboren is? Mij bleef alleen de spiegelkamer bij, omdat ik me afvroeg op welke muziek de man in zijn spiegelkamer ronddanste en of hij dat soms in zijn blootje deed. Ik heb mijn hele leven al de verkeerde dingen onthouden. Ik beken. Ik suck in algemene kennis, maar al wat buik en hart en keel en kop doet kriebelen, blijft hangen in dat koppige lijf van mij.
Herman van Rompuy! De man op de foto. Ik zou kunnen doen alsof het me net te binnen schiet, maar dat is gelogen, ik heb het gegoogled: Herman van Rompuy,  voorzitter van de Europese Raad. Want ik ben wel nieuwsgierig, dat wel, en dat brengt mij op vreemde plaatsen, zoals
Nauru, waar volgens Wikipedia het hoogste percentage rokers, diabetici, volwassenen met overgewicht, werkloosheid maar verrassend ook het hoogste aantal postkantoren is. Wat staat er allemaal in die brieven? Dat is de vraag die in me opkomt, want waar het land zich bevindt ben ik ondertussen alweer vergeten. Mijn verbeelding slaat aan. Er valt niets meer te hopen in Nauru, enkel nog te dromen. Ik zie dikke mannen rondhangen in postkantoren*, wachtend op brieven van dunne vrouwen van het internet.
Dus als u met een camera en een foto naar mij toekomt en ik sta daar zonder google wat te stamelen en te sterven doet u mij oneer aan,  want ik wed dat u het niet wist van die postkantoren en die dikke mannen zonder hoop in Nauru.

*met dank aan Anneke de Bundel