Boek: smaakmaker (1)

Een driedubbele flikflak. Tien eieren opeten in één minuut. 12.345, 98:738.001. Een flaptekst schrijven. Wat hebben ze gemeen?
Na twee dagen zwoegen (met de bereidwillige hulp van A. Wijnants) op de flaptekst van mijn debuutroman die in februari 2014 bij Prometheus gaat verschijnen weet ik het wel. Aartsmoeilijke opdracht. Ik schotel hem u hier voor:

"In de afloop van een miskraam wordt de jonge vrouw Else met haar eentonige leven geconfronteerd. In die verwarde periode aanvaardt ze een aanbod als gouvernante bij een adellijke familie op een landgoed in de buurt van Barjac. Ze besluit nogal impulsief om haar vriend, familie en veilige omgeving achter te laten. Al snel blijkt dat het beklemmende verleden waaraan ze wil ontsnappen, mee de grens overgestoken is, nog meer dan zij vermoeden kan. Er komt een mysterieuze band tussen haar verleden en dat van de adellijke familie aan het licht. Gaandeweg komt Else tot inzichten over haar jonge leven, haar verleden en wat haar te doen staat met de levens van de mensen die haar omringen.


Thijssen verbindt haar personages zoals sterrenbeelden aan de hemel worden geformeerd. De lezer komt telkens voor verrassingen te staan. Ze bewijst dat de levens van mensen van betekenis kunnen zijn, zelfs na hun dood."

Ben ik voorbarig? Natuurlijk wel. Misschien blijft er op termijn van deze eerste versie helemaal niets meer overeind. Maar nu, op dit moment, de kinderen huppelen achter mijn rug van meubel tot meubel rond, de zon schijnt zo helder dat ik achter het raam in lente durf geloven, de spondegenoot loopt met een aai op mijn schouder langs me voorbij, en hier voor mij op het scherm de flaptekst. Om maar te zeggen. Ik ben een content mens. Misschien moet ik al het voorgaande fluisteren, zodat de lentewind niet gaat draaien. En tevreden mens, en dus geef ik u een citaat erbovenop:

“Het zit zo: dit is wat ik ben, ik ben de vrouw die blijft. Ik ben de vrouw die onder het bureau wacht tot de rook zich onder de deur wurmt, mijn neus en ogen en oren binnendringt en me verstikt.
Ik ben de vrouw die in het bos wandelt, misschien zelfs huppelt zo nu en dan, maar niet het pad zal verlaten. In mijn hoofd dwaal ik rond in wouden, laat me vallen uit rijdende treinen, rol door onbekende weilanden, splits ik de zee als het moet. In mijn hoofd knettert een ander leven. In mijn hoofd ben ik de vrouw die springt.”
 
 

Reacties

yes,yes,yes. En dus moeten we nu nog een jaar wachten??? Hoe wreed.
Ann T zei…
Haha, Anneke, en yes yes yes, je hebt de blogridders verschalkt.
Nog bijna een jaar wachten is lang, maar ik ben er zeker van dat het meer dan de moeite waard zal zijn!
Elke zei…
Ik ben al benieuwd. Hou een exemplaartje voor mij. Een ondertekend :-)
Ann T zei…
@marion: Bedankt. Ik doe mijn best.
@Elke: komt in orde :).
christine.s zei…
geweldig !



*dochter van wendy swinnen*


:) -12 jaar

Populaire berichten van deze blog

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn

Ode aan mijn dochter