Mijn brein

Ik schrijf op mijn hand: een woord, een beginletter. Een blad papier kan natuurlijk ook dienen. Maar papier raakt kwijt en mijn hand hangt vast. In tegenstelling tot mijn horribel hoofd. Dat heeft de vervelende eigenschap om te vergeten waar ik dingen leg. Alles wat niet te groot of te zwaar is, komt daarvoor in aanmerking. Let me line up the usual suspects: mijn sleutelbos, de gsm, allerlei paperassen (waardoor ik sinds kort weet dat het precies negen Euro kost om een duplicaat te laten maken van de loonfiche die je nodig hebt om je belastingsbrief in te vullen), de helft van een paar kousen, een paraplu, een pas gekocht doosje met panty’s (dat ik terugvond bij het oud papier tijdens de zoektocht naar de loonfiche),…

Maar er is meer aan de hand. Ik vergeet ook woorden. Sommige van hen verkiezen met stugge volharding om op mijn tong te blijven liggen. Daar sta ik dan op een woensdagvoormiddag aan een kraampje een beetje hulpeloos te wijzen naar… naar…, nee, dat daar, nee…. De blozende groenteboer houdt zich van den domme en strekt zijn mollige vinger uit naar de broccoli, waardoor ik genoodzaakt ben om me aan een omschrijving te wagen. “Die rode bolletjes,” zeg ik en mijn hoofd krijgt ongeveer dezelfde kleur. “Wit vanbinnen, bitter van smaak.” Waarop de man me een beetje meewarig aankijkt vooraleer hij de bewuste groenten in een papieren zakje frommelt. “Radijsjes!” valt het me plotsklaps veel te laat en te luidskeels van het blad. De man schrikt daar een beetje van. Sindsdien haal ik mijn radijsjes in het grootwarenhuis. Je kan ze daar zelf uit de bakken nemen. Ze liggen vlakbij die ronde, groene lange dingen, je weet wel, die groene dingen waar je tegenwoordig een beetje mee moet opletten.

Het ergste zijn mensen. Het is met enige schaamte dat ik moet bekennen dat ook mensen me ontglippen. Zo sprak me jaren geleden een vrouw aan tijdens een vergadering. “Het is Ann, geloof ik?” Ze gaf me een stevige handdruk en lachte van oor tot oor. Een koortsachtige zoektocht in het rommelige archief van mijn geheugen leverde niks op. De vrouw probeerde me gerust te stellen. Het was ook alweer zo lang geleden, liet ze me vriendelijk weten en ze telde het even uit op haar vingers. Wat ging de tijd toch snel. We stonden pas aan het begin toen. Eerste jaar aan de grote universiteit (en het laatste tegelijkertijd voor mij). Want daar moest ik het blijkbaar zoeken: op de trein van Leuven naar Hasselt. Ik keek mijn voormalige reisgenote ongelovig aan en antwoordde zonder na te denken. “Echt waar? Ik dacht dat ik altijd alleen op de trein zat.” Waarop de vrouw een paar kleine stapjes achteruit zette en de controle over haar wenkbrauwen verloor: “Dat je dat niet meer weet? We zaten elke vrijdag met een hele bende samen op de trein.” Een héél jaar lang dus. Elke vrijdag. Met een hele bende nog wel. Allemaal weggemaaid door die nietsontziende führer van mijn geheugen. Vermoedelijk heeft mijn allesomvattende eenzaamheid in Leuven, die me inspireerde tot een hartverscheurende brief naar mijn ouders, alle andere herinneringen platgewalst. Maar de vrouw draaide zich al om op haar hoge hakken vooraleer ik haar dit kon duidelijk maken. Sindsdien ben ik op mijn hoede. Soms doe je beter alsof je mensen wel nog herkent. In het beste geval krijg je wat extra informatie en floept het peertje van de herinnering alsnog aan. Dingen vergeten kan nog enigszins als aandoenlijk beschouwd worden, maar mensen kwijtraken is ronduit onsympathiek.
Verleden week kreeg ik de kans om het beter te doen. Een enthousiaste stem aan de telefoon, die in eerste instantie niet voor mij maar voor mijn geliefde belde, herkent mij. “Hey, Ann,” roept ze in mijn linkeroor. Ik zwijg. De vrouw herhaalt haar naam nog eens. Misschien denkt ze dat de verbinding slecht is, maar het is weerom de bedrading van mijn brein die niet deugt. Ik doe luidop alsof ik nadenk. De vrouw aan de andere kant helpt me grootmoedig. Articuleert haar naam nogmaals en voegt er aan toe: van het koor. Ik heb indertijd in een koor gezongen, ja, toch wel vijf jaar lang. Maar ik zie nog steeds geen gezicht. De sopraan van weleer begint de plaatsen waar zij en ik indertijd zaten te beschrijven. “O ja, natuurlijk,” onderbreek ik haar geestdriftig. “Nu valt het me te binnen.” Maar er valt me helemaal niets te binnen. Ik ben haar ergens kwijtgespeeld. Zonder beeld is ze reddeloos verloren. Wij hebben nog twintig minuten gebabbeld over het koor. De vrouw zonder gezicht en ik. Over die kleine, grappige tenor onder andere, die altijd “miene pa” zei in plaats van “pater noster” en die ondertussen uit het leven gestapt is. Zij wist dat niet. Wat ik me ook nog herinnerde, maar niet vertelde: na een optreden reden we ooit met de bus langs een hele rij fabriekstorens die enorme, witte wolken uitbraakten. De kleine tenor ging rechtstaan en riep vervolgens door de hele bus: “Maar allez, dat is hier dus dat ze al die wolken maken.”
Zulke dingen onthoud ik dan wel weer.

Reacties

martina navratilova zei…
Ik val in herhaling en niet omdat ik vergeet:-) maar heel mooi geschreven, en we vergeten nu eenmaal omdat ons leven zoveel drukker is geworden, omdat we overal deel van willen uitmaken, omdat we buiten ons gezin ook nog dingen voor onszelf willen...omdat omdat omdat.
elke zei…
Zwijg me over vergeten, het wordt precies erger met de dag. Ook op het werk is het zo: ik doe iets, de dag erna weet ik niet meer wat ik deed (tenzij ze mij het bijhorende plan komen tonen, dan werkt het precies wel weer).
Namen, telefoonnummers, gezichten, ... ik ben er ook niet meer goed in. En het weer dan: nog zoiets. Zeggen ze ineens: 'gisteren was het echt wel warm, hé'. En ik kan mij dat dus met de beste wil van de wereld niet meer herinneren.

Dat van die wolken is wel mooi. Dat zou ik ook nog weten :-)
Kaatje zei…
Zwijg me stil van vergeten... ik krijg het zelfs al over mijn voeten van mijn dochter omdat ik hare agenda niet onder controle heb, pfff
Ann zei…
Collectief geheugenverlies op mijn blog en FB, ik vind het ineens niet meer zo erg :).
Greet Bollen zei…
Als het een kleine troost mag zijn: Ik ben wel niet zolang bij dat koor geweest. Maar ik kan me niks van al die dingen herinneren, zelfs geen kleine tenor!
Anneke zei…
God zij dank! Ik blijk bij een groep te horen:) De telefoontjes vind ik persoonlijk t ergst. Dat je wil vragen: sorry met wie spreek ik? maar dat je niet durft en dat je brein als een razende tekeer gaat en je je blauw staat te liegen om uiteindelijk je nederlaag toe te moeten geven. Prachtig verwoord!
Ann zei…
Ik probeer die nederlaag toch niet te snel toe te geven, Anneke, ik doe dan heel luchtig alsof het om een persoonsverwisseling gaat. Ik ben goed op weg om een echte 'doctor in de vergeetachtigheid' ;)te worden.

Populaire berichten van deze blog

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn

Ode aan mijn dochter