ann schribbelt

ann schribbelt

dinsdag 28 juni 2011

Kort nieuws

Er was een tijd dat ik elke dag de krant las. Nogal trouweloos: ik ruilde zonder enige gêne De Morgen in voor De Standaard of Het Belang. Ik keek zelfs elke dag naar het journaal. Kwestie van het overaanbod aan brandhaarden niet dooreen te haspelen tijdens het betere tooggesprek. Soms, en dit beken ik met enige schroom, at ik mijn boterhammen op terwijl er zich voor mijn neus grote drama’s afspeelden. Niet dat de miserie langs mij afgleed als water van een eend. Ik ben niet van steen. Maar een mens moet op tijd en stond toch eten. En toen kwam het kind. Het had zich nog geen negen maanden veilig kunnen wanen in de moederbuik. Het verliet de schuilkelder te snel. Saignant was hij. Fragiel. Armpjes en beentjes die te broos leken om te knuffelen. Roodharig. Zelfs zonlicht kan bedreigend zijn dan. De media had het over de opwarming van de aarde. Om maar te zeggen: ik kon niet meer kijken naar het journaal. Ik kon het niet opbrengen om door dat gordijn van ellende te gaan. Was dat de wereld die ik mijn kind wilde toeschuiven? De kommer en kwel van kranten en nieuws hadden ineens wurgende handen. Het beeld van een vader die neerknielde bij zijn slap geworden kind in een rij levenloze lichamen na de tsunami. Dat bedoel ik. Die hopeloze omhelzing. Wij zagen ineens onze zoon en later ook onze dochter daar liggen. Ik las voorlopig maar geen krant. En het nieuws zou beslist ook zijn tragische gang zonder mij gaan. Wij dienden onszelf te beschermen. De wereld buiten de deuren te houden. Wat je niet ziet, is er niet. Toch? Kop in de grond. Struisvogeltje spelen. Wij zijn grote mensen en mogen het spionnetje in de deur van ons leven zelf kiezen. Dus koos ik voor Kleine Kees en haar tante Jozefien van Aspen Pigmea. Dat was griezelig genoeg. Kijk, wees ik, kijk, mijn kindjes, kijk naar de wolkjes en de bloempjes en de bijtjes en sneeuwvlokjes en sterretjes. Als ze uitgekeken waren met hun kogelronde oogjes, kregen ze kusjes en aaitjes en streeltjes. Als het maar zacht en veilig was. Kijk kindjes, dit is het paradijs. En toen staken ze voor onze voordeur een man neer. Hij had net onze Russische buurvrouw met haar drie, fantastisch gouden tanden bezocht. Ja, zij, die voor mijn babydochter een blitse jeansbroek kocht. Het viel niet echt te rijmen. Afrekening binnen het milieu, stond er de volgende dag in de krant.

1 opmerking:

Anneke zei

Schrijnend. ja ik ken dat gevoel geen krant meer te willen lezen.