Onverbeterlijke onderdeurtjes

Opa heeft poppy een tik tegen de billen gegeven. Toen zij tijdens een wandeling ondanks herhaaldelijke waarschuwingen toch weer afdwaalde naar het fietspad, had de luide gil van een pedaalridder op het nippertje een aanrijding kunnen verhinderen.
Geen harde tik, hoor, zegt opa schuldbewust. En ze liet geen enkele traan. Was hoogstens een beetje stiller op de terugweg.
Een eerder aangenaam bijverschijnsel als je het mij zou vragen. Tegen de tijd dat ze terug thuis aankwamen, werd hun vriendschap alweer terug beklonken met een gemeende high five. Of toch niet? Want wanneer opa enige tijd later aangeeft dat ze direct gaan eten, verspert klein kleutertje hem de weg en plant de handen ferm in de zij: Dat is niet juist, hoor opa. ‘Direct’ is Frans. Het moet ‘dadelijk’ zijn. Je praat niet goed Nederlands.
Ik vermoed dat ze op dat moment even een stilte heeft ingelast om meer effect te sorteren en dan fijntjes opa volgende vraag gesteld heeft: Moet ik nu jou dan ook ‘poepeklets’ geven, opa?
Ik ben poppy. Ik vergeef gemakkelijk, maar vergeten doe ik niet.

Moederbeest staat met schele hoofdpijn in een kast te grabbelen op zoek naar verlossing. Haar prinsenzoon die door zijn zus op missie gestuurd werd om snoep werpt een bezorgde blik op de pijnlijke grimas van zijn moeder en vraagt: Ga je pilletjes innemen, mama?
Ja, moeder gaat pilletjes innemen, want een ontploffend hoofd is echt geen zicht. Dit brengt prins blijkbaar op ideeën, want met de air van een zevenjarige sjamaan merkt hij op: Niet te veel, hoor, mama. Met Michael Jackson is het ook niet goed afgelopen.
Ik ben prins. Ik volg het journaal.

Poppy vraagt met een flinke dosis ongeduld waar haar zwart dingetje is. Zwart dingetje? Dropje? Poppenschoentje? Keuteltje? Kevertje? Balletje? Nee mama, mijn-op-laad-ding-van-mijn-Nin-ten-do. Het gebrek aan telepathisch inzicht van haar moeder wordt absoluut niet gewaardeerd. Dat haar moederbeest niet met die Nintendo, al zou ze het willen, speelt en dus dat zwarte ding niet heeft kwijtgespeeld, is een verwaarloosbare bijkomstigheid. Maar zoals gewoonlijk trekt mama gelaten en mopperend haar Columbo-jas aan. En, ziedaar, na wat diepgaand gegraaf wordt het kleinood van onder een kussen, drie knuffels, een gezin poppen en twee jassen opgediept in de zetel.
Al die extra aardlagen die hier voortdurend bijgroeien in huis, foetert het moederbeest tegen haar man, ik was beter archeologie gaan studeren.
Poppy staat met gespeeld medeleven zwijgzaam mee te luisteren, ademt dan rustig in en zegt: Ja mama, alles is serieus mysterieus.
Ik ben poppy. Ik mag dan wel een klein hoofd hebben, maar het zit barstensvol antwoorden.

Zoon drentelt zijn opa achterna de kelder in en stelt daar vol ontzag vast dat opa binnenkort echt wel door het plafond zal gaan groeien of in het ergste geval de kelder niet meer in kan. Opa stelt hem lachend gerust. Dat zoiets zeker niet gebeuren zal, omdat opa niet meer groeit. Waarop prins zich oprecht verbaasd hardop afvraagt waarom zijn grootvader dan nog zoveel eet.
Ik ben prins en als ik mijn bord uit eet word ik heel groot.

Prins zingt in bad een lofzang op zijn nieuwe juf turnen, de wondermooie Helena. Poppy polst met enige jaloezie naar het eventuele lief van die o zo fantastische juf met de lange haren. Ze blijkt er inderdaad één te hebben en zoon kent zelfs zijn naam. Hij heet Bart, deelt broer zelfvoldaan mee en geniet van zijn eigen verzinsel.
Ach, natuurlijk, slaat dochter zich dramatisch voor het hoofd. Die ken ik toch: Bart de Wever!
Ik ben poppy. Als je mij wil overtroeven moet je net iets vroeger opstaan.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn