De prins op de speld

Er was eens, bijna zestien jaren geleden, een jonkvrouw die na enige omzwervingen haar prins vond. Niet de prins op het witte paard, nee, dit exemplaar vergaloppeerde zich liever niet, maar sneed meesterlijk bochten af met een oude Renault R5. Vanaf dat moment kon men voor menig herberg hun beider ros broederlijk naast elkaar zien staan: zijn rode rakker en haar aftandse, maar blozende Opel Corsa ( die zij volhardend haar Opel Corona bleef noemen). Met een groot en luidruchtig gezelschap trokken de prille geliefden op een dag in juli naar de groener weiden van Werchter. Voor de gelegenheid hadden zij een lading tentjes van de jeugdbeweging uitgeleend. Heur lange zwarte haren droeg de jonkvrouw in een middenscheiding en aan weerszijden daarvan flonkerden op twee spelden lieflijke bloemetjes, briljant uit plastiek geslepen. Kitsch was cool. David Blowy, die zijn nieuwe naam te danken had aan een trekje teveel van een kruidige sigaret door een overmoedige prins, waardoor het paar het jaar voordien vroegtijdig zijn aftocht blies, beklom opnieuw het podium en Jeff Buckley had zijn laatste watertje nog niet doorzwommen.
Na het vuurwerk en wat tussenstops kroop het benevelde gezelschap de tros tenten in. De jonkvrouw legde heur delicate speldjes in heur muiltjes om ze niet aan het stoppelgras te verliezen. Maar laat in de nacht, of zo u wil vroeg in de ochtend, dwong een volle blaas haar naar de dichtstbijzijnde struik. Toen sloeg het noodlot toe. De vergetelheid fluisterde de (slaap)dronken jonkvrouw in dat de pijn aan haar linkervoet te wijten was aan een steentje. Bijgevolg kieperde ze haar muiltje om en deed verder wat er gedaan diende te worden. O, jammer- en weeklaag, de volgende ochtend paste het schoentje nog, maar er zaten geen speldjes meer in. De queeste van haar edelmoedige prins naar de verdwenen kroonjuweeltjes leverde slechts één plat getrapt, dof speldje op.
Maanden later trok een gezelschap van grote leiders, waaronder haar prins, naar verre bosrijke oorden. Die eerste nacht draaide en keerde de prins zich duizelig in zijn slaapzak. U denkt misschien dat hij zijn lieflijke jonkvrouw miste, maar dat was het niet. Hij werd geplaagd door een onbekend, scherp voorwerp in de tent.
Toen de prins terugkwam van zijn tocht, kuste hij zijn geliefde innig, hield haar zijn gesloten vuist voor, opende ze langzaam en toonde haar verrukt de boosdoener. Of all the tents of all the towns in all the world, he picked out the one with the lost pin!

De gelijkenis tussen mijn petit histoire en het sprookje ‘de prinses op de erwt’ zal u vast niet ontgaan zijn, maar wat ik me afvraag is het volgende: hoe ging het nu verder met het prinselijk paar na het huwelijksfeest? De schriftelijke overlevering van sprookjes kent geen vervolg, maar zou het er – laat zeggen zestien jaren later – niet als volgt kunnen aan toegaan?
De prinses zit in haar chaise longue naar desperate housewives te kijken. Ze oogt vermoeid, want haar kinders: sij sijn malkander altijd in het vaarwaater. Na de zoveelste schermutseling, die in de prinselijke gracht eindigde, heeft zij en zij alleen haar kroost vanonder het kroos uitgevist. Ook heeft zij de boterhammen en de ophaalketting van de poort gesmeerd. Een opdringerige kasteel aan paleis verkoper van kuisheidsgordels met pijl en boog achterna gezeten. De echo’s in de gangen getest en de spoken op zolder de mantel uitgeveegd.
En nu de aflevering ten einde en de fles Cava half leegloopt, schiet haar plots een stichtende gedachte in het hoofd. Waarom werd zij indertijd in hemelsnaam aan de erwttest onderworpen en haar teerbeminde echtgenoot niet?
“In deze moderne tijden van gelijke rechten voor mannen en vrouwen, dient er het één en het ander rechtgezet te worden!” spreekt zij luid tot zichzelf en haar grimmige echo geeft haar gelijk. De prinses springt uit haar zetel, spurt naar de ijskast en haalt een zak erwten uit het vriesvak. Edoch, op het moment zij de klomp peulvruchten onder een lauwe waterstraal wil houden om er één erwt uit los te weken, hoort zij de gouden sleutel in het slot. Blijkbaar heeft de prins vroegtijdig zijn ronde tafel in de Gouden Draak verlaten. In paniek snelt de prinses naar hun hemelbed, frommelt aldaar aangekomen de hele zak onder de matras en maakt een duikvlucht naar haar zijde van het bed. Ze trekt de lakens op tot onder de kin en wendt slaap voor. De prins neemt alweer zijn tijd. Die vreselijke kruiswoordraadsels ook, verzucht zij nog vooraleer de uitputting haar in de afgrond van de slaap trekt.
Wanneer zij de volgende ochtend aan de ontbijttafel langs haar wipneus weg informeert naar de nachtrust van haar gemaal, is die aangenaam verrast door deze blijk van interesse in zijn welbevinden. Over zijn krant heen lacht hij liefdevol naar zijn teerbeminde, die in spanning afwacht, en spreekt haar toe:
“Mijn lieve schat, ik heb goed geslapen. Diep geslapen. Vast geslapen. Als een roosje, zeg ik u. Prins-héérlijk heb ik geslapen.”

Reacties

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn