Afscheid van P.

Ik denk, hoe heeft hij daar gestaan? Een fragiele man. Struikgewas. Een spoorweg. Uit de binnenkant van zijn jas haalt hij een pakje tabak. Trekt een vloeitje los. Houdt het zakje tussen arm en zij geklemd. Rolt de sigaret. Plakt ze dicht met een likje. Houdt zijn hand als een cilinder rond het vlammetje. Inhaleert. Een rood kogeltje gloeit op. Een wolkje rook verwaait. Nog vooraleer hij de trein hoort, ziet hij het spoor al trillen. Wild bonkend hart. Maar zijn besluit staat vast. Hij heeft lang gezocht. Is nu zeker. Er is slechts één exit uit het doolhof van zijn leven.

Er wordt mij verteld dat hij gestorven is. Ik heb hem het laatste jaar vaak op de bus gezien. Op precies hetzelfde moment voor de rotonde rolde hij altijd een sigaret. Hem groeten durfde ik niet. Ik verzamelde moed, maar de gemiste kansen werden een berg waar ik niet meer over raakte.
Ik denk aan de klap, vloek binnensmonds en val achteruit in de tijd toen we nog als een kudde, dampige veulens door de poorten van de adolescentie braken en de open vlakte van de toekomst opdraafden. ’t Kon nog alle richtingen uit gaan. Dachten we. The sky was the limit. Dachten we. We galoppeerden naar festivals en fuifzaaltjes. Kurt Cobain schreeuwde ons toe hem te entertainen, waar wij met bokkend genoegen gehoor aan gaven. Wij hoefden niet meer op Assepoesteruur op stal. Halster en juk werden steigerend afgeworpen. Vrijheid. Blijheid. Dachten we.
P. was de stille van de kudde, maar eens de hindernis van die vervloekte eerste medeklinkers genomen, spitsten we onze oren, want P. had humor. We zagen het niet, het grillige doolhof dat hem te wachten stond en waarin hij verdwaalde. Weg van ons. We vergaten.

Zijn weg uit het doolhof is onomkeerbaar. Er zijn er die God hebben. De belofte aan een hiernamaals. Ik heb alleen fictie, met daarin een zacht glooiend landschap. Speels golvend gras. De pijnstillende streling van de zon. Een briesje. En P. die daar als jong veulen in mag rond draven, onbezorgd zonder een greintje zielenpijn (want fictie kan de spoken wegjagen, het doolhof plat bulldozeren en de oorlog in de kop met een paar woorden winnen). En als het kan, DJ, om te eindigen, nog een lied van Arno.

http://www.youtube.com/watch?v=vwnwPIyw6GE

Reacties

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn