Een knorrel in het park

Geachte mevrouw
Ik schrijf deze brief in naam van de buurtbewoners wiens tuin grenst aan het park van een u onbekend, klein stadje. Er scharrelt namelijk een knorrel rond in dat park en wij hebben daar last van. U vraagt zich waarschijnlijk af wat een knorrel dan wel wezen mag. Begrijpelijk. Wij weten eerlijk gezegd zelf niet goed wat daar precies rond sluipt in het groen, maar het beestje moest een naam krijgen en de door mij verzonnen term ‘knorrel’ dekte de lading nog het meest. Voor een goed begrip is een beschrijving hier misschien op zijn plaats. De kop van het wezen is weelderig begroeid met wit loof, wat in eerste instantie doet vermoeden dat het hier een kabouter betreft, maar daar is dit exemplaar met zijn één meter zestig ruimschoots te groot voor. Te schriel ook. Het heeft een eerder krom, tenger, insectachtig lichaam. Schuifelt meer dan dat het echt loopt. Zijn gelaat is door ouderdom en chagrijn getekend. Wij hebben aanvankelijk even aan een flink uit de kluiten gewassen snottrol gedacht, maar daar is zijn gigantische reukorgaan iets te scherp voor. Bijna net zo scherp als zijn tong. En laat dat astrant blad van hem nu net het probleem zijn. Hij spreekt er een soort Algemeen Nederlands mee, waarvan hij vooral het giftige vocabulaire bezigt, aangevuld met een onbepaald dialect, het Knorrels vermoeden wij. U glimlacht. U denkt: die mensen vergissen zich. U bent er bijna zeker van dat de knorrel gewoon een oud mannetje is. Wij begrijpen uw redenering. Lange tijd waren wij daar ook van overtuigd. Knorrel woont namelijk in een huis, heeft een echtgenote (een buurvrouw spreekt zelfs over kinderen en kleinkinderen) en een vogel in een kooitje waartegen hij nooit knorrelt maar die hij aanspreekt met ‘mijn lieveling’. U moet nu, dat weet ik wel zeker, denken aan dat andere creatuur uit ‘In de ban de van ring’. U denkt correct.
Maar laat ik, voordat u een definitief oordeel velt over dit stuurse wezen, even verder ingaan op zijn gedrag. Hij houdt ervan om onze kinderen te koeioneren en jaagt ze even zo veel keren het park uit, dat zover wij weten eigendom is van de stad en waarnaar er voor de rest nergens, zelfs niet in de boeken van u of van Tolkien, verwezen wordt als knorrelgebied. De kinderen vertellen ons dat hem het schuim op de smalle lippen staat wanneer hij hen betrapt op de euveldaad van het boom beklimmen. Zelf zijn wij daar nooit getuige van geweest, mevrouw, want telkens er een mens van boven een meter vijftig in het park verschijnt, vervalt het mormel in het Knorrels, onderwijl verwoed dabbend in zijn clandestien aangelegd bloemenperkje, als zocht hij naar pieren om leeg te zuigen. Onlangs dreigde hij ermee het zwaard van mijn bleekneusje te begraven. Het stond even onschuldig tegen een boomstam geparkeerd. Het wezen keek daarbij alsof hij net zo graag in één en dezelfde beweging mijn dwergriddertje mee onder de aarde zou steken. Al geruime tijd heeft mijn zoon de gewoonte ontwikkeld om, vooraleer hij het park oversteekt naar zijn vriend, even halt te houden aan ons tuinhek en daar enkele malen van links naar rechts te kijken. Ik zeg u: voor onze kroost lijkt het doorkruisen van dit groen paradijsje even levensbedreigend als het oversteken van een drukke steenweg. Wanneer mijn zoon dan een glimp opvangt van het woeste, witte loof, duikt hij weg en wacht tot het snauwend gevaar geweken is. Mijn lieve mevrouw, er lijkt geen gram hartelijkheid in dit wezen te schuilen. Deze doorgewinterde pestkop wilde zelfs verhinderen dat een boomhut via het park naar een aangrenzende tuin werd getransporteerd. Ook al hield dit precies twee en een halve minuut ‘overlast’ in. Even daarvoor gorgelde (spreektrant die zich ergens tussen het spreken en knorrelen situeert) hij furieus over het transport van grasmatten. Alsof wij in de gelegenheid zijn om ze per helikopter over onze woning te laten vliegen. Om dan vervolgens zelf met zijn knorrelmobiel over het gras in het park te hobbelen met knorrelstenen voor zijn knorrelhol. U bent er nog niet van overtuigd dat het hier niet om een menselijk wezen zou gaan? Het bewijs werd ons nochtans al een hele tijd geleden geleverd door de lieflijkste der buurvrouwen. Ze durfde het aan hem verzoenend toe te spreken. “Komaan,” zei ze. “Wat is er nu zo verkeerd aan om in een boom te klimmen? Bent u dan nooit zelf een kind geweest?” Het antwoord luidde als volgt: “Knorrelknorrel. Knorrelknorrelknorrel!”. Wat evenveel betekent als een beslist 'nee!'.

Ik schrijf u deze brief omdat we met onze handen in onze haren zitten. We hebben al een aantal dingen geprobeerd: de ene negeerde hem, de andere sprak hem erop aan, iemand knorrelde eens deftig terug, en zelf probeerde ik hem uit het lood te slaan met mijn meest angstaanjagende blik. Het haalt allemaal niks uit. Elke stilte is er één voor de storm van geknorrel. Soms troosten wij ons met de gedachte dat deze aanvaringen onze kinderen weerbaarder zullen maken. Wij gaan ervan uit dat er zich nog meer knorrels onder ons bevinden. Maar het blijft ons wel bezig houden, meer dan we zelf willen. Zozeer dat we er zelf wat knorrelig van dreigen te worden. Daarom durven wij beroep doen op uw expertise, mevrouw J.K. Rowlings. U weet immers meer over magische wezens dan ieder ander. Wij vragen u met aandrang: herkent u ons wezen? Wij hopen zelfs op het recept van één of ander toverdrankje of een afweerspreuk. Wij zijn bereid er u grof geld voor te betalen.


Met vriendelijke groeten

de ouders met de tuin die grenst aan het park van een klein stadje waarvan u nooit eerder gehoord had

Reacties

soraya zei…
Via de blog van Kaatje belandde ik bij jullie.

Zo'n prachtig stukje om te lezen!!!
Ik kan me wel voorstellen dat het in werkelijkheid een stuk minder 'prachtig' is!
't Is ook verstaanbaar dat dat voor de kinderen op den duur redelijk angstaanjagend moet zijn!
In plaatst van te 'knorrelen" zou hij beter genieten van de kindjes die in't park aan't spelen zijn!

Ik wou ook nog eens vermelden dat jij echt schrijftalent hebt hoor! Je logjes zijn echt een plezier om te lezen!
Ann zei…
Maar we blijven strijdvaardig! De knorrel krijgt ons niet klein :-)!
Ben ook erg blij met je compliment.
soraya zei…
Groot gelijk!!!
anneeke zei…
Hey Ann, zeg ga jij eens uitzoeken hoe ik een abonnement kan krijgen. ik wil je nieuwe verhalen graag heet van de naald. Heb je bloglink op mijn site gezet. Hoop dat je dat goed vindt?
Ann zei…
Deze computeranalfabeet gaat haar best doen om uit te zoeken hoe dat zit met de abonnementen. Al zal ik bij vrienden niet echt terecht kunnen (soort zoekt soort). Bedankt voor de link.
Kathleen zei…
Geweldig Ann!!!
Ann zei…
Dank je wel, Kathleen.
Tony zei…
Wauw, meesterlijk!
Maar jammer genoeg vrees ik dat de knorrels al aan het kweken zijn! Overal merk je ze al op, geniepig, zich verschuilend achter een half geopend gordijn... soms luidruchtig zich kenbaar makend, maar meestal binnensmonds knorrelend en grommend.

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn