Kometenstreken

Mensen die onder hetzelfde dak wonen, draaien in hun zelfverzonnen melkwegstelsel als planeten, kometen en satellieten rond elkaar in steeds dezelfde banen van terugkerende gewoontes en posities. Vanuit hun vaste plaatsen onder de pannen, rijden ze elkaar achteloos voor de voeten op dezelfde stokpaardjes, dragen dezelfde oorlogskleuren, trekken dezelfde wapens en gebruiken steevast dezelfde zakdoeken voor grote verzoeningen.
En de kleine mensen onder ons draaien daarin net zo goed mee als hun grote voorbeelden. Hun banen zijn zelfs zichtbaarder, want door de beperktere communicatiemogelijkheden meer karikaturaal.
Neem nu de komeet prins, die maar wat graag via een treiterbaan rakelings langs het planeetje poppy scheert. Op elke pesterige reactie volgt immers gegarandeerd een hevige reactie. En laat het net dat zijn waaraan onze komeet prins zo een vlegelachtig genoegen beleeft. Zal ik het nog wat concreter maken met een voorbeeldje uit ons persoonlijk boek met sterrenstelselvertelsels?

We zitten aan tafel. Ik eet niet mee omdat ik dezelfde avond nog naar een kaas- en wijnavondje ga met enkele ex-collega’s. Het is die namiddag flink beginnen te sneeuwen en ik leg aan geliefde uit welke route mij de veiligste lijkt:
“… je weet wel, de eerste straat rechts na (houthandel) Modest. En dan…”
“Ooo!” roept mijn dochter, die het erg spannend en welhaast levensnoodzakelijk vindt om verbaal bij zowat elk gesprek tussen haar ouders in te breken. Ze wappert enthousiast met haar handen en jubelt:
“Waar jij dan voorbijkomt bij…”
“…Modest.” vult mijn zoon met een uitgestreken gezicht aan.
“Maaa(r) priiiiiins, ik was hier wel aan het vertellen hoooorr,” roept poppy klaaglijk, want haar voorrecht als stoorzender is niet perse het voorrecht van een ander. Ik zie haar gezicht twijfelen tussen pret en nijd.
“Vertel nu maar verder,” sus ik.
Met een nadrukkelijke blik op haar broer, want ze is er helemaal niet gerust in, herbegint ze:
“Dus wat jij, mama, juist zei, daarnet hè mama, van dat jij dus voorbij rijdt aan…”
“…Modest.”
Zonder verpinken dropt komeet prins het woord opnieuw. Schijnbaar achteloos, met lijzige stem, ware het niet dat zijn pretogen intens plezier verraden. Weerom laat een reactie niet lang op zich wachten. Planeetje stuift stekelig op.
“Priiii-hiiiiins! Hou daar mee op!”
Terwijl de rest van het melkwegstelsel een welgemeende poging doet om een opkomende kramplach te onderdrukken, wipt dochter onmachtig op en neer.
“Vooruit poppy, sla dat eerste stukje nu maar over en vertel gewoon verder,” opper ik behulpzaam. Geen sinecure blijkbaar voor een vijfjarige, want ze slaat mijn raad in de wind en begint gewoon weer helemaal opnieuw, enigszins gejaagd met een intens argwanende blik die voortdurend van mij naar haar broer flitst. Zoonlief knabbelt onbewogen aan een boontje; geen vuiltje of zwart gat in het heelal.
“Jij zei dus mama, jij zei dus juist, hè, mama, dat jij (dramatische zucht) dat jij dus seffens met de auto langs…”
“...Modest.”
Beng. Daar is hij: de oerknal. Poppy roffelt met twee vuisten op tafel. Het schuim staat haar net niet op de mond. Prins lacht fijntjes, terwijl hij irritant kalm met zijn vork in het eten peutert. Halfhartig sporen wij onze zoon aan om de dochterplaneet nu toch maar haar verhaal af te laten maken. Niet dat het echt nodig is, dat niet, want wij weten zo onderhand wel wat ze zeggen wil -een eerder prettig bijverschijnsel wanneer je deel uitmaakt van een melkwegstelsel.
“Dus langs Modest,” ratelt ze hakkelend verder. “En daar heeft, hè mama, daar was, hè mama, daar werkte vroeger…”
We zien allemaal de mond van onze kwelkomeet opengaan en weten: de verleiding is te groot.
“….moeke!” maakt hij het verhaal minzaam af en vervolgt fenomenaal gelukkig zijn baan. Nog even kijkt hij om naar de rookpluim en glimlacht verrukt.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn

Ode aan mijn dochter