The lady in pink in 2011

Het nieuwe jaar, wij hebben dat nodig. Pas dan, en geen seconde eerder, kunnen we als een slang uit onze oude huid kruipen en glad, glanzend, nieuw de rest van ons blinkende leven inglijden. In december zitten we nog in een impasse; we zijn moe, leeg, op, klaar voor winterslaap en de vergetelheid. Maar in januari worden we wakker, klaarwakker, en strekken ons uit. In december proppen we onze logge lijven vol voedsel, gieten de drank in wijd opengesperde kelen (met een trechtertje, zo u wil), liggen als bleke padden in één of andere zetel te vegeteren. Maar in het nieuwe jaar schieten we in onze loopschoenen, rennen onszelf voorbij, geven schrikachtige eekhoorns het nakijken en pompen onze vege lijven vol zuurstof. De voedselpiramide wordt opgeruimd weer afgestoft. Want zijt gerust, uit de schamele ruïnes van wat ooit ons lichaam was, zal een triomfantelijke kathedraal oprijzen, met onder de gewelven voldoende ruimte voor de echo’s van een gezonde geest. Want we gaan de namen van bomen terug vanbuiten leren. Op internet opzoeken of eekhoorns een winterslaap houden. De hoofdsteden van landen inoefenen, zodat we de brandhaarden uit het nieuwsbericht van volgend jaar, dat we nooit of te nimmer zullen overslaan, blindelings op een kaart kunnen aanwijzen. We zullen het hooggebergte van de literatuur beklimmen en zonder vrees de verraderlijke kloven van soaps en reclameblokken overbruggen. Totdat we er een kennisindigestie aan overhouden en in discussies enkel nog brokken pure eruditie kunnen uitbraken. En ’t is nog niet gedaan. Bijlange niet, bijlange niet. Want in december jagen de huisgenoten ons nog met gemak op de kast, vanwaar wij hen oorlogszuchtig de kop afbijten. We parkeren onze kroost dubbel in alle hoeken van het huis. Als de geliefde ons al eens aan wil zetten, geven wij beeld zonder klank. Maar in het nieuwe jaar ademen we zen uit al onze poriën. Uit een zee van rust scheppen we handenvol geduld. Streng zijn we, maar rechtvaardig. Consequent, maar met een garnituur van tederheid. ’s Morgens valt er een heel nieuw licht op de ronkende geliefde. Want wat we in het oude jaar niet zagen, verblindt ons nu. Zie, daar rust een zachtmoedige, blonde god. Waren wij vergeten dat hij voor ons, aardse mormels, afdaalde uit de hemel en afstand deed van gouden vleugels? En hoe lieflijk weerklinkt ons kinderkoor door de muren. Zo zal het zijn in het nieuwe jaar. En niet anders.
En terwijl we in december als batterijkippen op de loopband naar het werk rolden, zullen we in de kakelverse maand enkel nog dromen najagen. Al die jaren voordien waren slechts voorbereiding op de sprong in het (creatieve/ambitieuze) duister. De droom breekt uit zijn ei. Het werd tijd. Van de angst die al jaren aan ons meelijwekkende wezen kleeft, scheuren we ons met één beweging los. In december waren we nog bijna niks. Nu zijn we alles! Dit jaar verdient bubbels en vuurwerk! Hierop hebben we gewacht!
Hierop heb ik gewacht. Maar op de valreep valt er een geschenk van mijn neef Sam in de bus, mijn verjaardagsboek. Oscar and the lady in pink by Eric-Emmanuel Schmitt (Oscar et la dame rose). Op de omslag zie je hem vliegen (de beginletter van zijn naam als hoofd) op een potlood over de daken van een groepje witte huizen. In een persoonlijk berichtje op de eerste pagina laat Sam mij weten dat Oscar voor hem dit jaar het kleinste boekje was met de grootste impact. Wat maar weer eens bewijst dat een dun boek geen lichtgewicht hoeft te zijn. Oscar is tien jaar oud en stervende (en voordat u, beste lezer, afhaakt, het is niet ‘zo’n’ boek). Hij wordt egghead genoemd, woont in het ziekenhuis en krijgt bezoek van Granny Rose, de oudste van de ‘ladies in pink’ die zieke kinderen bezoeken. Ze worden vrienden en Granny daagt hem uit een spel te spelen: twaalf dagen lang moet Oscar doen alsof hij elke dag tien jaar ouder wordt in een verzonnen toekomst. In het boek vertelt hij daarover in zijn brieven aan God. Mijn huisgenoten waren de deur uit om de auto op te gaan halen bij de garagist en hadden in hun vlucht de DVD van Het Eiland laten opstaan. Terwijl op de achtergrond Alain Vandam hysterisch lachte, greep het boek mij bij de keel. Er zijn boeken die je veranderen. Ik wist dat al, maar telkens opnieuw als het gebeurt, ben ik stervensgelukkig. Wat heeft dat boek in hemelsnaam te maken met al die goede voornemens? U vraagt zich dat af. Geduld, mijn eindejaarslezer, weldra zal alles duidelijk worden.
Laat ik snel verdergaan met de schittering van het nieuwe jaar. Ik wil met u zelfs de oefening maken. Later we er hier een beetje vroeger aan beginnen.
1 januari: we heffen het glas, want het is zover. Ons vuurwerk kan beginnen!
2 januari: lopen met dit weer is onverantwoord en we denken zelfs dat het aangewezen is om ons lijf eerst te ontgiften. Nadat we de restjes van de vorige dag hebben leeg gemaakt, welteverstaan.
3 januari: de parkeerplaats in hoek één wordt reeds ingenomen door een ongehoorzaam kind.
4 januari: de voedselpiramide is verloren geraakt onder de nieuwjaarswensen.
5 januari: de gevallen engel valt op door zijn afwezigheid.
6 januari: wij waren even vergeten dat strijken zonder een glas wijn veel weg heeft van slavenarbeid en zetten het glas even terug recht.
7 januari: een handvol chips als ontbijt mag als de rij bij de bakker te lang is. En het is nog steeds te koud om te lopen.
8 januari: bokkensprongen in het duister, was dat niet meer iets voor jonge mensen?
9 januari: wij bakken er helemaal niets van, van onze voornemens. Dan valt mijn oog opnieuw op het boek van Oscar. Ik kan het niet laten om het even tegen mijn hart te drukken, blader het door (durf zelfs denken: het ritselen van de vellen papier, zo moeten engelenvleugels welhaast klinken) en word er opnieuw door meegesleept. Maar vooraleer ik het dicht kan slaan, spreekt Granny Rose mij streng toe: “Hey Sister,” roept ze. “Wat was dat daar allemaal met die goede voornemens ( ze trekt een gezicht alsof ze stront ruikt)? You must be kidding! Goede voornemens, ammehoela! Daar gelooft toch geen mens meer in! Larie en apekool! Ouwe koek! Drab! Lucht! Shame on you, woman! Laten we een spel spelen, sister: daal eens af in jezelf!”
En, beste lezer, als Granny Rose je wat vraagt, dan doe je dat gewoon. Dus daar sta ik aan de afgrond, laat mezelf neer aan touwen. De goede voornemens halen vals uit met scherpe klauwen, maar ik kan ternauwernood aan hen ontsnappen. Het duurt even vooraleer ik aankom waar ik zijn moet, in die ruimte naast de tijd, daar waar het tastbare overschreden wordt. Wat daar stroomt laat zich moeilijk beschrijven: beelden, wrakhout van herinneringen, woorden, gonzende stemmen, resonerende muziekflarden. Ik voel me er onmiddellijk thuis. Aan de oever ligt een pen. Het is geen Parker. Geen dure pen. Maar ze draagt mijn signatuur. Ik denk aan Oscar en klim erop. Op 9 januari zal het mij duidelijk worden: ik moet gewoon verder gaan, de flits van inspiratie volgen en regelmatig langs de kwestie vliegen. Ik zal opstijgen en de stuiptrekkende voornemens geen blik meer waardig gunnen. Ik zal opgelucht zijn.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn