Fragmenten Frankrijk (1)

het meisje dat springt

10/7/2011

1.

Terwijl we de hele dag ijverig zitten in te pakken, doet onze zoon een verdienstelijke poging om zijn zus te wurgen. Wanneer ik hem vraag waarom hij dit doet, kijkt hij me onschuldig aan en antwoordt klaaglijk: “Ik heb teveel zenuwen.”
Sinds een week telt ons kind ongeduldig de dagen af die ons scheiden van een vakantie in Frankrijk. Ook wij zijn opgewonden, maar zoon is behalve een ‘andersomjongen’ (zoals hij zichzelf noemt omdat hij zijn hemdjes dikwijls achterstevoren aantrekt) wat gevoeligheid betreft ook een ‘buitenproportiejongen’. Wij kunnen alleen maar hopen dat onze dochter de aanslagen heelhuids doorstaat.

2.

Na een hazenslaapje vertrekken we om drie uur in volstrekte duisternis. Aan chauffeurszijde verschijnt na een paar uren alweer een streepje licht dat zichzelf vermenigvuldigt, maar zonder veel overtuiging. In tegenstelling tot de wolken die dikke gordijnen van regen over ons neerleggen. Het rijden wordt moeilijk. Wat hebben wij die verdomde weergoden misdaan, vraag ik me ontstemd af en fantaseer twee lange weken regen. Wanneer we uiteindelijk la porte du soleil voorbij rijden, begint het op te klaren en ben ik weer bereid elke omgevallen steen in la douce France mooi te vinden. ‘Het is hier zo schoon,’ verzucht ik. Misschien wil ik hier wel voor altijd en eeuwig blijven.

3.

Om elf uur heb ik zowat de hele inhoud van de koelbox opgegeten: vier grote stukken stokbrood met vette kaas, een doos koekjes met chocolade en twee flesjes cola light. En dus kan ik omwille van gezondheidsredenen het beroep vrachtwagenchauffeur alvast van mijn lijst schrappen. Onze kinderen zijn ondertussen omgekieperd met hun stoeltjes en slapen rustig de saaie reistijd weg, maar ik wil, uit solidariteit met de chauffeur wiens ogen al op een kiertje staan, ook wakker blijven. Dus zing ik zowat alle nummers van de jaren 80 (10 CD’s van De Prehistorie) mee. Een woest vlammende zon probeert ons eronder te krijgen. Het zweet druipt van onze vermoeide lijven af en dus gaan de ramen van ons geleend bestelwagentje open. Een zwoele wind voert een vreemd snerpend geluid van buiten naar binnen. Krekels, opper ik voorzichtig, maar het geluid blijft aanhouden. Wim vreest dat onze banden aan het afzien zijn. Wegsmeltende banden, denk ik. Laat het niet waar zijn. Met man en macht probeer ik mijn talent voor toekomstig ongeluk in te tomen.

4.

En dan zijn we er: St. Gely. Vanaf de hoofdweg zien we het witte huis liggen. Wanneer we bij een smal weggetje tussen de wijngaarden links afslaan, bedenk ik dat ik het soort meisje zou willen zijn dat bij aankomst met kleren en al in het zwembad springt. We stappen uit en horen opnieuw het knerpende geluid. Dus toch krekels. De hele vakantie zullen onze lees-, luier-, water- en aperitiefmomenten zich afspelen met een enthousiast krekelkoor in stereo op de achtergrond. Totdat mijn moe getergd lief een groot waterpistool langs het zwembad opvist, de donkere zonnebril rechtzet op de neusbrug en het loof koelbloedig bestookt met waterstralen. Hasta la vista, babies.
Vol verwachting dalen we het ongelijke trapje aan de linkerkant van het huis af en genieten van het uitzicht: de wijngaarden en de aandoenlijke huisjes van het dorpje Cornillon op de heuvel. Iemand speurt naar de Mont Ventoux. En daar is dan mijn geliefde. Op het lager gelegen zonneterras bij het zwembad. Breed lachend trekt hij de kleren van zijn lijf, om dan met een langgerekte gil in het koele water te springen. Mijn man is de jongen die springt. Ik ben de vrouw die toekijkt en aan de bagage denkt. De kinderen: prins, poppy en hun 11-jarig nichtje rennen ondertussen door de gangen op zoek naar hun eigen plekje. Mijn zus, schoonbroer en ik gaan alvast kamers verdelen. Ergens achter me in de gang hoor ik de vrolijke stem van mijn geliefde: “Niet te geloven! Ik ben al aan het opdrogen!"

Reacties

elke zei…
Heerlijk! Ik zou zo willen vertrekken! En let wel: ik vind op reis vertrekken de hel. Dus 't is heel goed geschreven hier :-)
Kaatje zei…
en ik wacht op het vervolg ...
Ann zei…
@Elke, ik vind de reis op zich ook de hel (een flitsmachine die je op één en een halve seconde naar je bestemming flitst zou zeer welkom zijn). Maar dit jaar had ik er zoveel zin in dat ik zelfs de reis niet al te erg vond.
@Kaatje, ik maak er werk van!
Ik beaam de twee eerste berichten. :-)

En je hoeft echt niet zo laatdunkend over meneer te spreken (terwijl jij je opoffert voor de bagage).

Tis godver vakantie... :-)

Sorry, iets kwam opeens terug uit een ver verleden... ;-)
Ann zei…
@magetwameerzijn: bedoeling van een tekst en het effect ervan bij het lezen kunnen blijkbaar toch een eind uit elkaar liggen. Dat mijn 'meneer' de jongen is die springt, vind ik net fantastisch en dat ik de mevrouw ben die aan de bagage denkt, vind ik net heel tuttig. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om me laatdunkend uit te spreken over de impulsieve kant van mijn geliefde: ik bewonder hem er net om en wou dat ik er wat meer van had. Hey, ik wil toch net het meisje zijn dat spriiiiiingt!

Populaire berichten van deze blog

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn

Ode aan mijn dochter