The lady in pink in 2011
Het nieuwe jaar, wij hebben dat nodig. Pas dan, en geen seconde eerder, kunnen we als een slang uit onze oude huid kruipen en glad, glanzend, nieuw de rest van ons blinkende leven inglijden. In december zitten we nog in een impasse; we zijn moe, leeg, op, klaar voor winterslaap en de vergetelheid. Maar in januari worden we wakker, klaarwakker, en strekken ons uit. In december proppen we onze logge lijven vol voedsel, gieten de drank in wijd opengesperde kelen (met een trechtertje, zo u wil), liggen als bleke padden in één of andere zetel te vegeteren. Maar in het nieuwe jaar schieten we in onze loopschoenen, rennen onszelf voorbij, geven schrikachtige eekhoorns het nakijken en pompen onze vege lijven vol zuurstof. De voedselpiramide wordt opgeruimd weer afgestoft. Want zijt gerust, uit de schamele ruïnes van wat ooit ons lichaam was, zal een triomfantelijke kathedraal oprijzen, met onder de gewelven voldoende ruimte voor de echo’s van een gezonde geest. Want we gaan de namen van bomen ...