De baas van alle dingen

Poppy staat wijdbeens voor mij, de handen ferm in de zij geplant. Ze kan niet anders dan naar mij opkijken, maar doet dat zo neerbuigend mogelijk.
“Jij bent NIET de baas van de slippers!” klinkt het vastbesloten.
Sinds een paar weken probeert ze haar nieuwste theorie uit. Ik ben NIET de baas van haar bord als ze het eten niet lekker vindt. NIET de baas van het speelgoed als het opruimen haar te veel wordt. En bij uitbreiding eigenlijk ook helemaal NIET de baas van het huis. Ze is zelfs zo vriendelijk om dat even toe te lichten. Vake is de baas van het huis, want hij heeft hier alles gemaakt. Eén keer, in een moment van ultieme goedheid heeft ze mij kortstondig de baas van de ijsjes gemaakt. Ik vermoed dat het bolletje vanille haar die keer bijzonder goed smaakte.

Je moet het haar nageven, haar baasprincipe is redelijk briljant, want door aan te geven wie het wel of niet voor het zeggen heeft, is zij op haar vijfde al de baas van alle dingen geworden. Wat een blitscarrière! Nog maar net het onmondige babyplebs verlaten en ze heeft in huize L. al de touwtjes in handen. Je moet het haar maar nadoen. En ze heeft het aan slechts één inzicht te danken: haar moeder heeft niet al te veel gezag. Ik heb echt mijn best gedaan, maar de oefensessies voor de spiegel – “Are you talking to me? Are you talking to me?” - hebben nooit het gewenste resultaat opgeleverd en omdat de apotheker geen gezagssiroop tegen hardnekkige kinderen verkoopt, is het behelpen met brullen en dreigen. Ondertussen blijken ze daar wel enigszins immuun voor te zijn, want ze kennen geen enkele hoofdstad, die kinders van mij, maar weten ondertussen wel dat iemand die goed kan tieren nog geen geloofwaardige generaal kan neerzetten. Straks gaan ze me er gegarandeerd fijntjes op wijzen dat gezag en onmacht twee totaal verschillende dingen zijn.

“Je doet die slippers niet aan, poppy," herhaal ik, terwijl ik vermoeid door de strijd eigenlijk al overstag ga.
“Waarom niet?”
Ze heeft de twijfel geroken, merk ik, en trekt haar lelijkste gezicht. Als de klokken van Rome overvliegen gaat dat zo blijven staan en raakt ze nooit aan een lief.
“Daarom niet!”
roep ik. Dat mag ik van de pedagogen. ’t Is te zeggen: ze hebben liever dat ik mijn toon aanpas, maar tegen de inhoud van de boodschap maken ze geen bezwaar. Kleine kinderen behoeven tegenwoordig geen uitleg te krijgen over de beslissingen van hun ouders, schrijven ze in hun boeken. Ouders zijn zonnekoningen in het diepst van hun gedachten. Tof. Al druist het principe enigszins tegen mijn gevoel voor beleefdheid in. En het past ook niet bij mijn karakter: ik ben nogal uitleggerig. Ik had liever dat die pedagogen het nut van consequent gedrag in twijfel zouden trekken. Dat het mocht van hen: honderd keer snoep voor het middageten weigeren en dan, zomaar, omdat het gezeur je tot waanzin drijft, toegeven en die snoep aan dat vervelend mondje induwen. Ze vinden vast wel een argument om het te verantwoorden. Bereid je kinderen voor op de grillige achtbaan van het leven. Zoiets.

Poppy staat me nog altijd onverzettelijk en zonder één keer te knipperen aan te kijken. Ik loop langs haar heen om de geschenken al klaar te zetten in de gang. Mijn kinderen zijn jarig en we gaan dat vieren. Vanaf het moment dat ze de zakken ziet, verandert er iets in haar houding. Het standbeeld ontspant zich en komt lieflijk aangehuppeld.
“Mama,” zingt ze met het hoofdje schuin en ogen zo groot als de kat van Shrek.
“Je bent misschien niet de baas van de slippers, maar wel van de geschenken.”
Mijn tweede bevoegdheid is een feit. Zo klein is ze en ze weet al zo goed waar ze mee bezig is.

’s Avonds komt ze nog even in de zetel langs me liggen, vraagt me of ik ‘verdroeft’ ben. Ik ben niet verdrietig. Ik ben uitgeput. We zitten iets over de helft van de schoolvakantie en de grote baas is moe. De kroon van het ouderschap weegt zwaar. Het mopperen eist zijn tol. Deze zonnekoningin zou er absoluut geen bezwaar tegen hebben om in bed gelegd te worden.
“Mama is moe.”
“Ik ga je aaien,” zegt poppy. “Welk diertje moet ik doen?”
“Een hondje.” gaap ik.
“Dat kan ik niet. Is een lieveheersbeestje (‘herebeesje’) ook goed?”
Wat kan je nu daar tegenin brengen? Met haar petieterige vingertjes laat de baas van alle dingen een ingebeeld insect over mijn arm lopen. Op en neer, een halve marathon lang. Het is een waarlijk magische ervaring. En laat daar geen enkele twijfel over bestaan, op het gebied van aaien is ze de absolute koningin. Die kroon gun ik haar van harte.


Reacties

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn