Vulkaan

Heel veel is er niet voor nodig. Een automaat die het waagt mijn bankkaart in te slikken. Regen. Een trojaans paard. Even roeren en mama wordt vulkaan. Een zure vulkaan dan nog wel. Dat bestaat, ik heb het opgezocht op wikipedia. Die kunnen het beste spuwen. Je wil niet in hun buurt zijn als die wakker worden, want wat het dichtste bij staat, zal er het eerste aan geloven.
“Wanneer komt papa terug?”
vraagt prins.
Een heel legitieme vraag. We wachten op zijn vader, omdat we de auto nodig hebben. Helemaal niets mis met die vraag.
“Om elf uur,” grom ik.
“Bedoel je dan elf uur nul nul?”
Prins draagt sinds kort het digitale horloge van zijn vader en hij is lichtjes bezeten door tijd.
“Dat is hetzelfde, zoon, maar je zegt gewoon elf uur.”
Het magma roert zich vanbinnen. Want iemand moet naar de bank gaan. Voor die kaart dus. Ingeslikt. Omdat ik hem er vergeten ben uit te halen. En ik had verleden week in een verstrooide bui nog wel dankjewel tegen diezelfde automaat gezegd toen hij mijn geld uitspuwde. Toen stond er iemand achter mij te grijnzen, want ik had het nogal luid gezegd. Toen wel ja. Als het is om een mens een beetje uit te lachen staan ze er wel, maar waar zijn ze als ik hen nodig heb. Het loopt helemaal fout met het mensdom. En het is niet alleen die kaart. Het is alles. De kaart op zaterdag en regen op zondag. Een godganse dag vol donkerte en regen en ik duisterde zo langzamerhand ongezellig mee.
En vandaag verpruts ik dus mijn laatste uren vrij tijd omdat ik naar de bank moet. Fantastisch. Wedden dat er een rij van hier tot Tokio staat en dat ze me dan na twee uur nul nul aanschuiven meedelen dat ze de kaart precies één uur nul nul geleden verstuurd hebben naar mijn bankkantoor. Geweldig. Regen en geen eten in huis. Alsof ik in Pakistan zit. Dat is een lelijke gedachte, een héél lelijke gedachte, daar kleurt een ziel inktzwart van. Al een geluk dat ik een actieve vulkaan ben vandaag, die hebben godzijdank geen ziel. Poppy heeft haar kleurdoosje in de wachtzaal nog niet open of ze duwen me mijn kaart al in de handen. Ik hoef zelfs mijn identiteitskaart niet te laten zien. Ze hebben zeker wat goed te maken nadat ze zoveel mensen hun geld hebben afgepakt. En dat ik toch naar mijn kantoor moet, zeggen ze zoetjes, want de kaart is geblokkeerd. Het is bijna sluitingstijd. Natuurlijk. Straks krijg ik ook nog een boete wegens te snel rijden.
“Hoe laat gaat de bank dicht?”
waagt prins het nog te vragen.
“Om twaalf uur.”
“Twaalf uur nul nul?”
De kratermond van moeder gaat wijd open.
“Nee, prins, geen twaalf uur nul nul. Hoe dikwijls moet ik dat nog zeggen, gewoon twaalf uur. Jij met je nul nul altijd. Zot word ik ervan. Nul nul. Nul nul.”
De stroperige lava stroomt vrijelijk over de achterbank. Van de kindertjes blijft niets meer over. Stil dat het ineens is. Goed zo. Prima. Geen gezaag meer aan mijn kop. Want zo dadelijk gaat banktante me over mijn voeten geven. Dat weet ik nu al. Het zou niet de eerste keer zijn. Ik ben namelijk eens zo misdadig geweest om op mijn werk mijn tas open te laten staan met junkies in de buurt. Hoe was het toch mogelijk. Ze zouden me aan mijn voeten moeten ophangen. Die arme junkies zo uitdagen. En ja hoor, banktante legt me fijntjes uit dat ik mijn portemonnee moet vasthouden totdat de kaart er terug inzit. Dat heb ik gedaan, wil ik schreeuwen, ik heb ze vastgehouden en ik ben het toch nog vergeten, ziezo. De allereerste keer dat ik het vergeten ben, dus een mens verdient wat krediet (een woordspeling, maar daar heeft een actieve vulkaan geen oren naar).
En dat het nu mag ophouden. Maar dat doet het niet. Waarom zou het ook? Bij thuiskomst blijkt er een paard op de computer te zitten. Niet in de gang, nee. Onuitgenodigd op de pc binnengedraafd. Een Trojaans paard nog wel. Dat hoort daar helemaal niet te zitten. Het hinnikt af en toe eens hatelijk. Ga weg. Vooruit. Vort. Straks is mijn inspiratie er ook nog vandoor. Maar die lelijke knol wil van geen wijken weten.

’s Avonds hoor ik mijn dochter aankondigen dat ze later heks wil worden. Dat krijg je dan met een vuurspuwende moeder als rolmodel.
“Dat zal vast wel lukken.” zeg ik, "Maar nu naar bed, want het is negen uur nul nul.”
Prins lacht zijn kleine tandjes bloot.


Reacties

Populaire berichten van deze blog

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn

Ode aan mijn dochter