Zeelucht 3 27 juli 2010

Episode 9

In het gestaag uitdeinend woordenlijstje van mijn zoon staat het begrip “stoer” bovenaan. Met voetballen en snoep op een verdienstelijke tweede en derde plaats. Onlangs hoorde ik hem dweperig praten over zijn o zo stoere en sterke vriend, die ondertussen naar eigen zeggen dertig melktanden kwijt was.
“En wat ben jij dan?’ vroeg zijn vader, waarop prins een beetje treurig antwoordde: “Ik ben alleen maar lief.”
Onze zoon kan het hart van de ijskoningin laten smelten met zijn lach, maar dat verleent hem geen enkele status in het eerste leerjaar. Zelfs de meisjesharten in zijn klas kloppen daar tegenwoordig niet sneller van. En tot overmaat van ramp zit hij naast die grote aaibaarheid ook nog eens met een oranje haardos opgescheept. Nog een geluk dat het vroeger frequent gebruikte “vuurtoren” plaats heeft moeten ruimen voor het moderne en overal inzetbare ‘loser’. Iedereen is dat wel eens op tijd en stond.
Stoerheid, ik vrees dat het erfelijk is. Het vriendje in kwestie heeft ook stoere ouders. Willem moet het doen met een stelletjes softies die al eens een traan plengen en worstelen met irreële angsten.
Tijdens de vierendertig haltes die we met de tram moeten overbruggen naar het gruwelgat Plopsaland besef ik weer hoezeer ik tekort schiet als GI Jane. Als er een universitaire opleiding in schrikschijterij bestond, was ik Doctor in De Pretparkenangst. Studio 100 gijzelt trouwens nu al dik tegen mijn zin zo een 80 procent van het hele kindermedialandschap, maar ik mag dat niet luidop zeggen. In een theatershow waagde Jan de Smet het dit jaar eens om te insinueren dat Meneer Plop niet echt bestond, waarop poppy heel luid en verontwaardigd door de zaal riep: dat mag hij niet zeggen! Er was trouwens maar één kind dat wist dat die kleine gitaar een ukelele was en geen Plopgitaar.
Dé mijlpaal in pretparkenland is over een meter uitgroeien, want dan, driewerf hoera, mag je in alle marteltuigen. Twee jaar geleden maakte ik nog rondjes op de veilige carrousel. Ook geen sinecure trouwens om enigszins elegant van dat grootste paard af te dalen. Maar poppy is ondertussen een meterlange brok avontuur en de pret mag in het park niet gedrukt worden. Dus ziehier, moeder zonder vrees.
Mama Platbroek houdt het welgeteld één attractie vol. De ronddraaiende megakoffiekopjes straalden nochtans een bedrieglijk soort veiligheid uit. Ze gingen niet de lucht in en ook niet ondersteboven, maar op de één of andere manier zat mijn maag onmiddellijk zowat overal in mijn lijf, behalve waar hij in normale omstandigheden zou zitten. Terwijl mijn waaghalzen de rest van de gruweltuigen zonder mij bestijgen, bewaak ik heldhaftig de regenjassen. Vanuit het struikgewas loer ik in mijn hoedanigheid van gevaarlijke struikrover naar de woeste waterval waar mijn lievelingen in een boomstam van afroetsjen.
In de showtent waarin we ons verstoppen voor de regen, dit keer een zegen, heeft mama geen schrik meer, maar vrolijker wordt ze er ook niet van. Kabouter Smal, een aanstelster in zogenaamd miniformaat, heeft last van een krimpende taart. En wij moeten allemaal helpen. Gehoorzaam voeren we de opdrachten uit. Daar groeien taarten namelijk van. Maar wel enkel achter een vlug neergelaten gordijntje. Ik ben zeer verguld dat mijn kinderen slechts matig enthousiast reageren op deze volstrekt fantasieloze kunstgreep. Echt waar, ze mogen mij van alles wijsmaken, graag zelfs, maar ik moet het wél geloven.
Wanneer we terug naar de tramhalte wandelen, zegt prins:
“Die taart was niet echt.”
Ik zie dit kind zeer graag.

Episode 10

Terwijl de bestuurlijke impasse in mijn land maar blijft duren, organiseert prins zijn eigen WK aan zee. De omstandigheden zijn trouwens ook niet erg gunstig. Zo moet hij het stellen met de K3 bal van poppy. Het pleintje naast de speeltuin heeft geen goals of krijtlijnen. En de taalbarrière tussen de kinderen, die aangetrokken worden door de magie van een bal, is groot. We hebben één Duitse jongen, twee Pakistaanse broertjes die omwille van een geslaagde integratie de g en de h verwisselen, en op de valreep nog een Waalse schone. De ouders mogen gratis en voor niets op de bank toekijken en zich vooral nergens mee bemoeien.
Ik heb het onmiddellijk in de gaten: die kleine mannen weten hoe het moet: ze focussen zich passioneel op het gemeenschappelijke doel en verschillen worden overwonnen met een gemak waar een groot mens jaloers op mag zijn. Eén van de Pakistaanse jongentjes moet telkens de sluiting van het rijtuigje waarin zijn peuterzusje zit gaan vastmaken om te verhinderen dat ze eruit tuimelt. Pauze, roept hij dan en iedereen bevriest. Niemand doet moeilijk over de onderbreking. Als je kinderen bij elkaar zet, gebeuren er wondermooie dingen.

Episode 11

In Oostende staan er borden met daarop een toeristenhand die een meeuw een frietje aanbiedt en daaronder de mededeling dat dit verboden is omdat meeuwen er agressief van worden. Of er misschien ook een link is tussen het gedrag van mijn kleine 'madame non' en haar eetgewoontes aan zee, vraag ik me af. We spreken vandaag niet over gerechtvaardigd zeuren. Madame is zo opgestaan en het waait maar niet over. Ze wilde geen bloes aan tegen de kou en ook geen schoenen. Ze wil zus niet en zeker geen zo, absoluut niet dit en geen sprake van dat. Het nee ligt al in de onwillige mond bestorven vooraleer ik mijn vraag nog maar gesteld heb. Ik hou van dit kind, u moet mij geloven, zeer veel zelfs, maar vandaag zou ik haar graag in een doos op poppy-formaat stoppen, deze beplakken met postzegels en richting China verzenden en dat zeg ik haar ook zo.
Dan ga jij het water in, zegt ze onverstoorbaar en wijst me de precieze plaats aan. En nu heeft ze weer pijn, 'freeslijke' pijn aan haar teentje. Het geduld dat ik ondertussen voor de passanten speel is een Oscar waard. Ik doe het schoentje uit, en het sokje, veeg teentje schoon, keer sokje binnenstebuiten, doe alles netjes terug aan en bid dat het euvel verholpen is. Oef, het is in orde. En of ze dan nu eindelijk een ijsje mag. Het is 9u30. Je kan geen kinderen tot 11 uur in een bar meenemen en er de gevolgen niet van dragen
Even later geeft zus net zo gemakkelijk de fakkel door aan broer. Prins wil geen cola of fanta of water of wat dan ook. Hij wil ook een sangria, want dat is gezond, daar zit fruit in. Veel fruit (rationeel). Please please een Sangria (smekend). Ik Wil Een Sangria (stampvoetend). Onze terrasburen volgen met interesse de opvoering van ons ros monster. Met veel geduld proberen we het gordijn neer te laten.
Poppy legt vol medeleven haar handje op mijn schouder.
‘Moeilijk hè,' zucht ze.

Exodus

Met hun neusjes tegen de autoraampjes groeten mijn kinderen de dingen: Dag zeetje, dag golfjes, dag zandkasteel, dag hotel, kamer, stapelbed, dag zand, wolken, dag gocarts… Ik droom weg op de cadans van hun afscheidslied. Ik ruik thuis al.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

In 'Den Engel'

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn