Dwergparacommando's 5 juli 2010

Gisteren werd ik afgebeeld door mijn jongste telg. Op papier sprong mijn lach stralend door de strak getekende jukbeenderen en mijn wimpers waren zo lang dat ik er een half continent koelte mee kon toewuiven. Dat portret had ik verdiend door mijn kleine slavendrijvers op hun wenken te bedienen met eindeloos de wacht te houden, weliswaar op het terras van een aanpalend café achter een glas wijn, terwijl zij zich suf hopsten op een springkasteel.

Dat was gisteren. Vandaag ben ik de vijand. Vandaag zou ik royaal voorzien worden van horentjes. Of bloederige slagtanden. Het begon al bij het opstaan toen ik de grove fout beging prins een knuffel te geven. Poppy is er namelijk rotsvast van overtuigd dat liefde zo zijn beperkingen heeft. In haar kinderhoofdje houdt ze een strakke boekhouding bij van de 1500 magische kusjes tegen pijn van diverse oorsprong, de 2000 knuffels en aaitjes en de 5000 lieve woorden die een moeder ter beschikking heeft. Wanneer ze vermoedt dat de verdeling tussen haar en haar broer niet eerlijk gebeurt, wordt de volumeknop automatisch opengedraaid. Geen stopknop te vinden aan dat kind, zelfs geen FAST FORWARD. Mevrouw zet zichzelf aan en uit as she pleases. Voila, zo snel kan het gaan, moeder had het bij haar jongste al verbruid.

Nadat mijn dochter eindelijk haar niet-glasbrekende toonhoogte gevonden had, trokken we dan toch met licht nafluitende oren naar het grootwarenhuis en mochten ze allebei een minikarretje. Alert als ik ben, had ik onderweg al een verbod tot racen uitgevaardigd, er geen rekening mee houdend dat er talloze andere manieren bestaan om met karretjes om te gaan; achterwaarts rijden, heel langzaam langs enkels van argeloze winkelaars schuren en de ultieme kick: voor het eerst kapseizen met een volle minikar door op de achterkant te gaan staan.
O ja, de heksenmoeder was boos en in de veilige geluidsisolatie van haar huis durfde ze eindelijk een paar vervloekingen uit te spreken, waarop haar kinderen haar gedecideerd lieten weten dat ze 'een stoute moeder was' en zich in gesloten formatie een verdieping hoger terugtrokken.
Het was nu hen tegen mij. Voor even dan toch: een kinderleger doet alleen maar aan blitzaanvallen en binnen de kortste keren raakt zo een bataljon alweer verdeeld en worden er pogingen ondernomen om de slechterik in hun kamp te krijgen. Dat was de strategie van poppy althans.

Meestal begint de interne strijd der dwergparacommando's met volgende klassiekers: er roept er eentje "voor het eerst naar boven" (met allerlei variaties op het thema) en iemand raakt daarbij net niet dodelijk gewond. Of ze vinden een stuk prehistorisch speelgoed onderaan de kist waarmee nooit gespeeld werd maar dat nu van onschatbare waarde blijkt te zijn. Of een hilarisch schijngevecht met zwaarden ontspoort door een afwijkende oog-armcoördinatie . Het struikelen over de eigen voeten wordt niet als zodanig ervaren. En ga zo maar door. Vandaag werkten mijn schatten - je moet ze bijna bewonderen - het hele programma achter elkaar af.
De strijd bereikte uiteindelijk zijn climax. Vanuit verdieping twee werd terug toenadering gezocht:
"Mama! Prins heeft aan mijn haar getrekt!"
"Mama! Prins heeft mijn oog uitgesteekt!"
"Mama! Prins heeft mij gestoot en ik ben heel hard gevalt!"
Volgens mij denkt poppy dat ze de pijn beter kan overbrengen wanneer ze haar voltooide deelwoorden fout vervoegd. Prins zei helemaal niets. Die hield zich gedeisd in zijn loopgraf.

Dus wanneer poppy na het avondeten voorstelt aan haar vader om met de fiets 'te gaan wandelen', heeft deze moeder helemaal geen bezwaar meer. Fiets, vader, fiets! Fiets, tot dat keikopje van een dochter volledig leeg gewaaid is. Fiets! Tot de tong van zoonlief op zijn vermoeide tenen hangt. Fiets! En straks als je die dappere soldaten uitgeput over de drempel draagt, zal ik ze liefdevol in bed leggen. Ik weet dat de slaap van alle kinderen terug elfjes maakt. Alles zal stil zijn. En vredig.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Oligofreen

Plaatsvervangende pijn

Ode aan mijn dochter