Tandbederf 1 juli 2010

Oma en opa hebben een sprookjestuin met spannende verstophoekjes, een boomhut met ramen, landkaarten, boekenleggers, schatkisten en een bureau erin. Bij hen is er ongelimiteerde waterpret en elke beginnende oorlog wordt vakkundig met gesuikerde en andere afleidingsmanoeuvres in de kiem gesmoord.

Vandaag is het aan mij. Ik val uiteraard nog liever dood dan één of ander vuil, tandbedervend trucje te gebruiken. En omdat bij deze heksenmoeder elk spatje chaos een bron is van ongeduld en gekijf, heeft ze gisteren al gepland om met de kinderen naar de speeltuin te wandelen. En ze neemt geen boek mee waarin ze op een bankje rustig kan verdwijnen, terwijl de kinderen van wip naar klimrek dwarrelen. Bij vakantie hoort actief moederschap, desnoods gaat ze de glijbaan af, al blijft ze halverwege hangen, zo stoutmoedig is ze.

We starten met enige vertraging omdat kleine Imelda vindt dat prinsessenschoenen wel op wandelschoenen lijken, maar een kinderhoofd is zorgeloos en al snel zingt ze uit volle borst haar persoonlijke versie van de Macarena : " Daaaar is ma-ca-roni, a-jè". Op het familiefeest laatst was zij de kleinste en de enige die telkens een tel te laat haar pasjes deed tijdens een Von-Trappachtig optreden. Iedereen smolt en ik bedacht met spijt dat de jaren waarin mijn fouten schattig bevonden werden al heel lang voorbij waren.
Prins zijn hoofd staat niet naar lichtvoetig gezang; hij weet op welke plekken de honden gaan blaffen, waar mama de eekhoorntjes heeft gezien tijdens het joggen, op welke plek er een insect aan haar neus is ingevlogen,... En telkens weer moet ik elk verhaal opnieuw vertellen zonder een detail over te slaan. Er zal vast wel een wetenschappelijke verklaring zijn voor het feit dat een heksenmoeder bij deze temperaturen onmogelijk kan wandelen, nadenken en praten tegelijk. En welgemoed wordt ze ook al niet van het om de haverklap moeten stoppen om steentjes, takjes, blaadjes en onooglijke stofjes uit schoenen te halen.

Er is geen kat in de speeltuin. Je moet wel echt een dwaze moeder zijn om je kinderen in dit bloedhete, smeltende paradijs neer te poten. Er is nergens schaduw, behalve op een bankje aan de rand van de speeltuin. Daar zit ik dan, bestoft en dorstig, kijkend naar die twee dappere kinderen van mij: ze fladderen zelfs niet eens meer van glijbaan naar zandbak, slepen zich moeizaam verder als een stel verdwaalde woestijnratjes.
Er zit niets anders op dan met een frisdrank onder een parasol weg te kruipen en onderweg nog eens te stoppen aan de Crèmedaus voor twee bollen ijs in een megahoorntje. Het zal vast wel meevallen met dat tandbederf.

Tijdens het avondeten neemt hun vader het van me over: tijd voor een fietstocht! Alarmfase 7 wordt afgekondigd ergens ter hoogte van mijn borststreek, want het gaat hier wel over mijn kleine ridder op zijn stalen dwergros zonder harnas en helm en beschermende magische spreuken. Omdat ik erg goed ben in toekomstig ongeluk, begin ik omstandig alle ongelukken van de laatste tien en een half jaar te bespreken met de vader van mijn kinderen, die al snel zijn wenkbrauwen tot in zijn nek probeert op te trekken. Maar dan zie ik de blik van mijn kleine pedaalridder; een mengeling van teleurstelling en angst. Dus slik ik mijn woorden dapper in en laat de troepen gaan. Bij dit avontuur zullen ze alleszins geen gaatjes in hun tanden oplopen.

Alhoewel, de aanvoerder van het peloton laat me net telefonisch weten een tussenstop gemaakt te hebben aan de Crèmedaus. Twee bollen ijs per kind. Dan ga ik dus nu even de tandenborstels opladen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Boek: smaakmaker (1)

Oligofreen

Week in stukjes