ann schribbelt

ann schribbelt

donderdag 5 augustus 2010

De dikste kop 29 juli 2010

“Mag ik nog een mopje vertellen?”
vraagt prins na het afsluiten van het avondritueel. Bij ons gaat dat zo: men zuigt alle boze dromen uit beide oren van het kind en verbant hen onverbiddelijk naar de gang: Ga heen en waag het nooit meer terug te komen! Vervolgens kiest men een goede droom en blaast die voorzichtig in het moede hoofd (met dank aan de GVR van Roald Dahl). Men sluit ten slotte af met een dozijn kusjes en een knuffel. Het kind is nu klaar om veilig naar dromenland te vertrekken. Maar prins mag dan niet stoer zijn, hij vecht graag tegen de slaap. Meestal door mij rekenkundige vragen te stellen: “Hoeveel is honderd plus drie maal twee?” De snoodaard heeft er plezier in dat zijn cijferanalfabeet van een moeder daar een tijdje zoet mee is.

"Ja hoor, vertel die mop maar," zeg ik enigszins opgelucht.
Het is de eerste grap van mijn zoon en de verwachtingen zijn hoog gespannen.
“Er was een brand ergens en er waren drie brandweermannen en één brandweerman zit achter het stuur en de tweede zit erlangs en de derde zit vanachter en wie heeft nu de dikste kop?”
Prins wacht af, met zijn hand op zijn mond om het niet voortijdig uit te proesten. Ik hoef mijn onwetendheid in dit geval zelfs niet te veinzen.
“Dat weet ik niet hoor.”
“De brandweerman met de dikste kop natuurlijk!”
Zoon giert het uit. Zijn knuffeldieren lachen lustig mee op de cadans van zijn bewegingen en ik pers er een soort van echoënde theaterlach uit, want eerlijk is eerlijk, deze mop trekt nergens op: monotoon afgedreund in een te snel tempo en, hallo, waar is de clou? Maar daar ga je de jeugdige humorist in kwestie natuurlijk niet mee vervelen. Je wil de Wim Helsen in je kind toch niet in de kiem smoren of zo een ouder zijn die een genie niet herkent in zijn ongepolijste vorm. Mijn talentenantennes staan altijd aan in de buurt van de kinderen, tot nu toe zonder ook maar het geringste signaal (behalve misschien een talent voor drama bij mijn dochter) op te vangen. Het zullen laatbloeiers zijn.

De volgende dag tijdens een drankpauze in de speeltuin, blijkt dat ik juist gehandeld heb. Onze cabaretier probeert het voor een groter publiek. Verwachtingsvol kijken poppy en nichtje hem aan.
“Er was eens een brand en er waren zes brandweermannen.”
Blijkbaar zijn er drie terug uit verlof gekomen.
“Eentje zit aan het stuur en één zit erlangs en één vanachter… Hoeveel had ik er al?
“Drie,” antwoordt nicht geduldig.
“Euhm, …En één brandweerman belt aan.”
“Waarom belt hij aan?” vraagt nichtje belangstellend.
Prins kijkt een beetje hulpeloos naar mij nu zijn mop de interactieve richting dreigt uit te gaan.
“Om tegen de mensen te zeggen dat er brand is,” zeg ik snel.
“Weten die mensen dat dan zelf niet? Dat merk je toch.”
We zijn aan het afdwalen en prins is zijn draad opnieuw kwijt.
“Maar aan hoeveel brandweermannen zat ik nu, mama?”
“Aan vier,” zeggen we in koor.
“En één brandweerman … loopt rond het huis.”
“Waarom loopt die rond het huis?” vraagt poppy nu, maar deze vraag wordt straal genegeerd. Prins heeft blijkbaar besloten om zijn show strak in de hand te houden. Gelijk heeft hij. Negeren of counteren.
“Ik denk dat er dan nog één brandweerman achteraan zit,” beslist hij om er dan in één adem met intens plezier uit te gooien:

“En wie heeft de dikste kop?”
“Hoofd, zoon, het grootste hoofd,” verbeter ik hem. Gisteren mocht kop nog, maar met publiek erbij moet een komiek wel op zijn taal letten.
“Wie heeft het dikste hoofd?” herhaalt hij zachtjes. Niemand zegt iets. Onze grapjas strekt zijn armen uit en roept:
“Aha, die met de dikste kop natuurlijk.”
Moeder en zoon lachen, maar de rest van het publiek volgt niet.
“Tante, hij vertelt het niet juist. Het moet zijn: de brandweerman met de grootste brandweerhelm. Want die heeft het grootste hoofd. Zo gaat die mop.’
Nicht slurpt minzaam verder aan haar flesje water. De mond van prins hangt een beetje open, maar er komt geen geluid uit. Dan herpakt hij zich toch en zoekt steun bij zijn grootste fan:
“Mijn mop is ook waar, hè mama?”
Ik streel mijn ernstige clown door zijn haren.
“Ja hoor, jouw mop is ook waar,” zeg ik en ik denk: maar juist is ze niet.

Geen opmerkingen: